ECLI:NL:GHARL:2021:10158

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 oktober 2021
Publicatiedatum
29 oktober 2021
Zaaknummer
Wahv 200.281.423
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete wegens hinderlijk parkeren op de openbare weg

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €140 wegens het zodanig parkeren van een voertuig dat het verkeer hinderde of gevaar kon veroorzaken op de Calslaan te Gouda op 12 maart 2018. De betrokkene ontkende de overtreding en stelde dat er voldoende ruimte was voor andere voertuigen om te passeren.

De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof heeft de zaak beoordeeld aan de hand van de verklaring van de ambtenaar en de bijgevoegde foto’s. Hoewel er enige ruimte naast het voertuig was, was deze onvoldoende voor grotere voertuigen of minder vaardige bestuurders om zonder grote moeite te passeren.

Het hof concludeert dat de gedraging van de betrokkene voldoet aan het verbod van artikel 5 WVW Pro 1994 en bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter. Tevens wijst het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af, aangezien de betrokkene niet in het gelijk is gesteld.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €140 wegens hinderlijk parkeren en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.281.423/01
CJIB-nummer
: 215123506
Uitspraak d.d.
: 29 oktober 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 16 juni 2020, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 maart 2018 om 10:42 uur op de Calslaan in Gouda met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Zoals ook blijkt uit de foto van de gedraging, was er genoeg ruimte voor andere voertuigen om te passeren. Het enkele feit dat er veel klachten binnen zijn gekomen, is onvoldoende om de conclusie te dragen dat de betrokkene artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) heeft overtreden.
3. De gedraging betreft overtreding van het bepaalde in artikel 5 van Pro de WVW 1994, dat luidt:
"Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd".
4. De verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht houdt onder meer het volgende in:
“Ik zag dat het voertuig op zodanige wijze op de weg stond dat daardoor hinder werd dan wel kon worden veroorzaakt. De situatie was als volgt: parkeerterrein waar veel klachten vandaan komen van fout geparkeerde voertuigen. Betrokken voertuig stond op de weg geparkeerd. De (mogelijke) hinder bestond uit: zodanig geparkeerd dat overige voertuigen, welke wel correct geparkeerd stonden er niet of nauwelijks uit konden. (…) Bijlagen: een fotografische opname”
5. Uit deze verklaring van de ambtenaar volgt dat sprake was van het veroorzaken van hinder in de zin van voormeld artikel. Anders dan de gemachtigde stelt, geeft de foto bij het zaakoverzicht geen aanleiding voor een ander oordeel. Weliswaar is op de foto te zien dat er links van het voertuig van de betrokkene enige ruimte is, maar die ruimte is niet zo groot dat ook een iets groter voertuig of een minder goede automobilist zonder grote moeite kan passeren. Aldus staat vast dat de gedraging is verricht.
6. Het bezwaar treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
7. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.