Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
de vader,
de moeder,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de vader tegen de omgangsregeling met zijn drie minderjarige kinderen. De vader verzocht om uitbreiding van de omgang, maar het hof bleef bij de eerdere tussenbeschikking die een zeer beperkte begeleide omgang voorschreef.
Uit evaluaties en rapportages bleek dat de vader onvoldoende betrouwbaar is gebleken in het nakomen van afspraken, mede door gezondheids- en alcoholproblemen. Dit leidde tot weerstand bij de kinderen en beperkte deelname aan de omgangsmomenten. De kinderen gaven ook aan dat zij de omgang niet wilden uitbreiden.
De raad voor de kinderbescherming adviseerde om de begeleide omgang voort te zetten als basis voor opbouw van vertrouwen, maar geen uitbreiding toe te staan. Het hof volgde dit advies en oordeelde dat uitbreiding niet in het belang van de kinderen is. Het verbod van reformatio in peius verhindert dat de vader slechter af wordt door zijn eigen hoger beroep.
De beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 24 juli 2019, die een omgangsregeling van eens per drie maanden één uur onder begeleiding op neutraal terrein bepaalt, werd bekrachtigd. De vader werd aangespoord om zich betrouwbaar op te stellen en het contact met de kinderen via kleine initiatieven zoals kaartjes te onderhouden.
Uitkomst: De beperkte begeleide omgangsregeling wordt bekrachtigd en uitbreiding wordt afgewezen wegens onbetrouwbaarheid van de vader.