Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Waar gaat het over
2.Hoe is de procedure verlopen
3.De feiten
4.Wat wordt er verzocht
5.Wat vindt [de minderjarige]
6.De motivering van de beslissing
7.De slotsom
8.De beslissing
.300.962/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De rechtbank Noord-Nederland stelde een minderjarige dochter onder toezicht en verleende meerdere machtigingen tot uithuisplaatsing vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling door het langdurig niet naar school gaan en gebrek aan zicht op haar welzijn. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissingen en verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid van de uithuisplaatsing.
Het hof heeft de ondertoezichtstelling bekrachtigd en het beroep tegen de machtiging tot uithuisplaatsing afgewezen, maar de uitvoerbaarheid van de laatste machtiging geschorst. Het kind verblijft sinds september 2021 in een pleeggezin, maar het hof besloot dat zij voorlopig terug naar huis kan, omdat de situatie van conflict en wantrouwen tussen moeder en hulpverlening het belang van het kind schaadt.
Het hof benadrukte het recht van het kind op onderwijs en het belang van zicht op de ontwikkeling. De moeder toonde bereidheid tot samenwerking en het hof stelde voorwaarden voor communicatie, diagnostiek en schoolgang. De beslissing wordt aangehouden voor nadere informatie en een nieuwe zitting. Het kind kreeg een toegankelijke brief met uitleg over de beslissing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling, wijst het beroep tegen uithuisplaatsing af, maar schorst de uitvoerbaarheid en bepaalt dat het kind voorlopig terugkeert naar huis.