ECLI:NL:GHARL:2021:10328

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 oktober 2021
Publicatiedatum
8 november 2021
Zaaknummer
21-000666-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 SrArt. 24 SrArt. 24c SrArt. 63 SrArt. 138 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens lokaalvredebreuk met geldboete van 150 euro

Verdachte stond in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Noord-Nederland, waarin hij was veroordeeld wegens lokaalvredebreuk. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd om opnieuw recht te doen.

De tenlastelegging betrof het wederrechtelijk vertoeven van verdachte op 7 mei 2018 in een besloten lokaal te een plaats binnen een gemeente, waarbij hij zich niet op de vordering van de rechthebbende heeft verwijderd. Het hof achtte dit wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.

Verdachte werd strafbaar geacht omdat geen omstandigheden zijn gebleken die zijn strafbaarheid uitsluiten. Gezien de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de eerdere veroordelingen van verdachte, achtte het hof een geldboete van €150 passend. Daarnaast werd een hechtenisstraf van drie dagen opgelegd, die bij niet-betaling kan worden vervangen.

Het vonnis werd op 25 oktober 2021 door het hof Arnhem-Leeuwarden uitgesproken, waarbij tevens de eerdere strafbeschikking werd vernietigd.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €150 en drie dagen hechtenis wegens lokaalvredebreuk.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000666-20
Uitspraak d.d.: 25 oktober 2021
VERSTEK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 30 januari 2020 met parketnummer 18-089424-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 oktober 2021.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft het tenlastegelegde bewezen verklaard, heeft de eerder opgelegde strafbeschikking vernietigd en een geldboete van € 150,- opgelegd.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 7 mei 2018 te [plaats] , gemeente [gemeente] , in het besloten lokaal en/of het erf, [adres] bij [naam1] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte in gebruik wederrechtelijk aldaar vertoevende zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 7 mei 2018 te [plaats] , gemeente [gemeente] , in het besloten lokaal, [adres] bij [naam1] in gebruik, wederrechtelijk aldaar vertoevende zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
wederrechtelijk in het besloten lokaal vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan lokaalvredebreuk. Door in het betreffende pand wederrechtelijk te vertoeven en zich niet op vordering van de rechthebbende te verwijderen heeft hij overlast veroorzaakt.
Het hof heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 7 september 2021, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden meermalen onherroepelijk is veroordeeld wegens strafbare feiten.
Het hof acht, gelet op het voorgaande, evenals de politierechter de oplegging van een geldboete van € 150,- een passende bestraffing. Het hof zal die straf aan verdachte opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 63 en 138 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 22 mei 2018 onder CJIB nummer 1132542003255719.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 150,00 (honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
3 (drie) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter,
mr. J. Dolfing en mr. F. van der Maden, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen, griffier,
en op 25 oktober 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.