ECLI:NL:GHARL:2021:10356

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 november 2021
Publicatiedatum
8 november 2021
Zaaknummer
Wahv 200.244.955/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:26 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beslissing officier van justitie wegens schending motiveringsplicht in bestuursstrafzaak parkeren

De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd met een boete van €90 wegens het parkeren zonder duidelijke parkeerschijf bij een blauwe streep op 20 april 2017 in Amstelveen. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond.

De betrokkene stelde dat hij de afzonderlijke motiveringsbrief van de officier van justitie niet had ontvangen, waardoor hij zich geschaad voelde in zijn verdediging. Tevens betoogde hij dat hij ter zitting pas voor het eerst foto’s van de overtreding zag en daardoor niet adequaat kon reageren. De kantonrechter oordeelde echter dat de betrokkene niet in zijn verdedigingsbelang was geschaad.

Het hof oordeelde dat uit het dossier niet blijkt dat de motivering aan de betrokkene is verzonden, wat een schending van de motiveringsplicht inhoudt. Hierdoor is de beslissing van de officier van justitie niet deugdelijk gemotiveerd en moet deze worden vernietigd. De beslissing van de kantonrechter wordt eveneens vernietigd. Het beroep tegen de opgelegde sanctie wordt ongegrond verklaard omdat de betrokkene geen verdere bezwaren meer heeft.

Uitkomst: De beslissing van de officier van justitie en kantonrechter wordt vernietigd wegens schending motiveringsplicht, het beroep tegen de sanctie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.244.955/01
CJIB-nummer
: 209283123
Uitspraak d.d.
: 8 november 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 5 juni 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij blauwe streep terwijl niet is voorzien van een duidelijke geplaatste parkeerschijf”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 april 2017 om 11.59 uur op de Kostverlorenhof in Amstelveen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat de kantonrechter zijn ter zitting aangevoerde bezwaar dat hij de afzonderlijk verzonden motivering van de beslissing van de officier van justitie niet heeft ontvangen heeft weggewoven, met als reden dat de betrokkene daardoor niet is geschaad in zijn verdediging. De betrokkene voelde zich op dat moment overdonderd, mede vanwege het feit dat hij ter zitting voor het eerst foto’s van de gedraging onder ogen kreeg, en was niet in staat om adequaat te reageren. Achteraf gezien voelt hij zich wel degelijk geschaad in zijn verdediging, in die zin dat als hij in een eerder stadium de beschikking had gehad over de motivering en de foto’s, hij na het zien van deze stukken waarschijnlijk tot de conclusie was gekomen dat hij het bij het verkeerde eind had. Hij was dan niet verder gaan procederen, terwijl hem de procedure nu – onnodig – veel tijd en stress heeft gekost. Daarnaast stelt de betrokkene dat er met twee maten wordt gemeten: als de officier van justitie vergeet om de motivering en de foto’s op te sturen en hiervoor excuses maakt dan wordt er gesteld dat niemand hier schade aan ondervindt, terwijl als de betrokkene vergeet een parkeerschijf neer te leggen er ook niemand schade aan ondervindt, maar hij wel genadeloos wordt gestraft.
3. De klacht over het niet verstrekken van foto's door de officier van justitie treft geen doel. De betrokkene heeft niet in administratief beroep verzocht om toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Evenmin heeft de betrokkene gebruik gemaakt van de door de griffier van de rechtbank geboden gelegenheid om voorafgaande aan de zitting inzage te nemen in de stukken. De gevolgen daarvan dat de betrokkene eerst ter zitting van de kantonrechter kennis kreeg van de foto's moeten voor zijn rekening blijven.
4. Uit artikel 7:26, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht volgt dat de beslissing van de officier van justitie dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Hieruit moet de betrokkene in grote lijnen kunnen opmaken waarom de aangevoerde bezwaren geen doel treffen.
5. Uit de stukken van het dossier kan niet worden afgeleid dat de (afzonderlijke) motivering van de beslissing van de officier van justitie naar de betrokkene is verzonden. Dit brengt mee dat de beslissing van de officier van justitie niet deugdelijk is gemotiveerd. De kantonrechter heeft onder deze omstandigheden ten onrechte geoordeeld dat de betrokkene niet is geschaad in zijn verdedigingsbelang en heeft ten onrechte de beslissing van de officier van justitie in stand gelaten.
6. Het voorgaande heeft tot consequentie dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal vernietigen net als - met gegrondverklaring van het beroep daartegen - de beslissing van de officier van justitie.
7. Het hof begrijpt dat de betrokkene geen bezwaren meer heeft tegen de bij de inleidende beschikking opgelegde sanctie. Het beroep tegen die beschikking zal dan ook ongegrond worden verklaard.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.