Het huwelijk van partijen werd in 2019 ontbonden en zij zijn ouders van een minderjarige die bij de vrouw woont. De rechtbank had de kinderalimentatie vastgesteld op €378 per maand vanaf 1 april 2020. De man ging in hoger beroep tegen deze beschikking met drie grieven over zijn draagkracht en zorgkorting.
Het hof oordeelde dat de rechtbank onjuiste gegevens gebruikte voor de draagkracht van de vrouw, met name ten aanzien van kinderbijslag en belastingplicht in België. Daarom werd de draagkracht van de vrouw ambtshalve opnieuw berekend. De vrouw ontvangt in België een hogere kinderbijslag en is daar belastingplichtig, wat leidt tot een hogere draagkracht dan eerder vastgesteld.
De man had inkomensverlies door beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst en ziekte, wat niet verwijtbaar werd geacht. Voor de periode vanaf 1 juni 2021 werd rekening gehouden met zijn WW-uitkering. De man kon geen onderhoudsbijdrage voor zijn meerderjarige kind aantonen, waardoor dit niet in de draagkracht werd meegenomen.
Het hof stelde de draagkrachtvergelijking vast en nam een zorgkorting van 5% aan, deels in mindering op de bijdrage van de man. Uiteindelijk werd de bijdrage van de man aan de vrouw vastgesteld op €259 per maand vanaf 1 april 2020, €267 vanaf 1 januari 2021 en €90 vanaf 1 juni 2021. De bestreden beschikking werd vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling.