ECLI:NL:GHARL:2021:10498
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende onderbouwing geen reële mogelijkheid tot staandehouding
De betrokkene kreeg een sanctie van €240 opgelegd voor het niet stoppen voor rood licht op 8 juni 2020 in Amsterdam. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof vernietigt deze beslissing in hoger beroep.
De betrokkene stelde dat de ambtenaar onvoldoende concreet had gemaakt waarom staandehouding niet mogelijk was. De ambtenaar verklaarde slechts dat hij met een bijzonder onderzoek bezig was dat voorrang genoot, zonder nadere toelichting op de aard van het onderzoek of waarom staandehouding onmogelijk was.
Volgens artikel 5 Wahv Pro moet de bestuurder worden staande gehouden om de identiteit vast te stellen, tenzij er geen reële mogelijkheid was. Het hof oordeelt dat de enkele mededeling van prioriteit onvoldoende is om te concluderen dat staandehouding niet mogelijk was. Daarom wordt de sanctiebeschikking vernietigd.
Daarnaast veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, vastgesteld op €1.896,50, wegens de procedure in administratief en hoger beroep.
Het arrest is uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 november 2021.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding.