ECLI:NL:GHARL:2021:10529
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Matiging sanctie voor onverzekerd voertuig na tijdige betaling premie
De betrokkene werd bij een registercontrole op 19 maart 2019 geconstateerd met een onverzekerd voertuig en kreeg een sanctie van €400 opgelegd. De betrokkene voerde aan dat zijn verzekering door een betalingsachterstand in januari was stopgezet, maar dat deze op 17 maart 2019, vóór de controle, was hervat. Hij overlegde betalingsbewijzen en e-mailcorrespondentie met de verzekeraar.
De rechtbank verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, maar het gerechtshof oordeelde anders. Het hof stelde vast dat de betrokkene direct na kennisgeving van de onverzekerdheid op 14 maart 2019 actie ondernam en op 16 maart 2019 de premie betaalde, waarna de verzekering volgens de verzekeraar op 17 maart 2019 weer zou ingaan. Uit het dossier bleek echter dat de verzekering pas op 20 maart 2019 daadwerkelijk was hervat.
Het hof vond het onbillijk om de volledige sanctie aan de betrokkene toe te rekenen gezien zijn tijdige betaling en actie. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter, verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en matigde de sanctie naar €100. Tevens werd een teveel gestorte zekerheid gerestitueerd.
Uitkomst: De sanctie voor het rijden met een onverzekerd voertuig is gematigd van €400 naar €100 vanwege tijdige betaling en directe actie.