De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf wegens meineed gepleegd als beëdigd getuige op 6 juni 2017. Het hof bevestigt de bewezenverklaring maar vernietigt de strafoplegging vanwege de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Het hof constateert dat verdachte als first offender zijn excuses heeft aangeboden en zijn proceshouding in hoger beroep heeft gewijzigd door ondubbelzinnig te erkennen een onjuiste verklaring te hebben afgelegd om zijn zoon te beschermen. Daarnaast heeft verdachte een baan en draagt hij zorg voor het gezinsinkomen, waardoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf grote gevolgen zou hebben.
Het hof oordeelt dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden met 17 maanden, wat tot matiging van de straf leidt. Gezien de ernst van het bewezenverklaarde en de gewijzigde proceshouding legt het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand op met een proeftijd van 2 jaar, gecombineerd met een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.
Deze straf dient als waarschuwing om toekomstige strafbare feiten te voorkomen en is passend gelet op de omstandigheden van de zaak. Het vonnis van de politierechter wordt voor het overige bevestigd.