De verdachte stond in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter wegens openlijke geweldpleging en poging tot diefstal met braak. Het hof bevestigde de bewezenverklaring dat verdachte samen met een ander openlijk geweld heeft gepleegd tegen het slachtoffer, waarbij lichamelijk letsel werd toegebracht. Tevens werd bewezen verklaard dat verdachte opzettelijk een slot van een appartementencomplex heeft geforceerd met het oogmerk goederen te stelen.
De verdediging voerde aan dat sprake was van vrijwillige terugtred bij de poging tot diefstal, omdat verdachte zou zijn gestopt zonder externe aanleiding. Het hof oordeelde echter dat dit niet aannemelijk was, mede gelet op getuigenverklaringen en het feit dat verdachte gereedschap bij zich had en het slot onbruikbaar maakte. Het beroep op vrijwillige terugtred werd daarom verworpen.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de strafoplegging betrof en legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand op met een proeftijd van twee jaar, alsmede een taakstraf van 140 uur, subsidiair 70 dagen hechtenis. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van de feiten, de persoon van verdachte en het ontbreken van eerdere veroordelingen. De straf dient tevens als preventie voor toekomstige delicten.