Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
Op 17 oktober 2018 heeft de advocaat-generaal nog aanvullende informatie ingebracht. De gemachtigde heeft daarop gereageerd.
De beoordeling
Van het verhandelde ter zitting dient een proces-verbaal te worden opgemaakt (vgl. het arrest van het hof van 31 maart 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2016:2589). Dit dient een zakelijke weergave te bevatten van wat is voorgevallen ter zitting.
Het hof stelt vast dat in deze zaak een proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 9 juli 2018 ontbreekt. Het hof ziet in dit geval evenwel aanleiding om hieraan geen gevolgen te verbinden. Het hof neemt daartoe in aanmerking dat in de beslissing van de kantonrechter een zakelijke weergave is opgenomen van hetgeen ter zitting is voorgevallen, waaronder het standpunt van de gemachtigde en de conclusie waartoe de vertegenwoordiger van de officier van justitie is gekomen, zodat de betrokkene door het ontbreken van het proces-verbaal niet in zijn belangen is geschaad.
20 februari 2018 is gemaakt.
Gelet hierop is het hof van oordeel dat de gemachtigde niet in voldoende mate in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie niet in stand had mogen laten. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter en - met gegrondverklaring van het beroep daartegen - de beslissing van de officier van justitie vernietigen en het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen. De overige bezwaren gericht tegen de beslissingen van de kantonrechter en de officier van justitie behoeven nu geen bespreking meer.
[00-YYY-0] .
gelijkendvoorwerp vasthield. Dit betrof dan ook geen telefoon, maar een TomTom navigatiesysteem die de betrokkene op het stuur met zijn hand had vastgeklemd. De ambtenaar heeft het waarschijnlijk niet goed gezien doordat de betrokkene in een vrachtwagen reed en dus op 2.5 meter hoogte zat. Om de vermeende gedraging vast te stellen moet de ambtenaar omhoog kijken, de cabine van de betrokkene in en vervolgens net boven het portier het onderscheid maken tussen een mobiele telefoon of een navigatiesysteem terwijl het object zich tussen de hand van de betrokkene en het stuur bevindt. Dit kan op basis van het onderhavige zaakoverzicht niet worden vastgesteld en de gedraging staat dan ook onvoldoende vast, te meer nu de ambtenaar ook niet het type telefoon heeft genoteerd.
(…) Verklaring betrokkene: ik was net even bezig om het kabeltje van de telefoon aan te sluiten.”
Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).