Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoeker] bewindvoering,
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van een bewindvoerder centraal die door onzorgvuldig handelen schade heeft veroorzaakt aan de rechthebbende. De bewindvoerder was benoemd in 2012 en het bewind werd opgeheven in 2018. Na het overlijden van de ex-partner van de rechthebbende ontving zij een eenmalige uitkering van een afgekocht pensioen, wat gevolgen had voor haar huurtoeslag.
De kantonrechter had de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van €4.964,-, bestaande uit revisierente en teruggevorderde huurtoeslag. In hoger beroep erkende de bewindvoerder pas laat fouten in de belastingaangifte, waardoor de revisierente uiteindelijk werd terugbetaald door de Belastingdienst. Hierdoor leed de rechthebbende geen schade meer op dat punt.
Echter, de bewindvoerder had nagelaten een verzoek bijzondere situatie huurtoeslag in te dienen, waardoor de rechthebbende €3.217,- aan huurtoeslag moest terugbetalen. Dit werd als toerekenbare tekortkoming beoordeeld. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en veroordeelde de bewindvoerder tot betaling van dit bedrag en de proceskosten. Het hof benadrukte het patroon van onzorgvuldig handelen en het late erkennen van fouten door de bewindvoerder.
Uitkomst: Bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van €3.217,- aan de rechthebbende en in proceskosten.