ECLI:NL:GHARL:2021:10790

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 november 2021
Publicatiedatum
22 november 2021
Zaaknummer
Wahv 200.278.497
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep snelheidsovertreding binnen bebouwde kom

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd voor het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 17 km/u op 22 februari 2019 op het Emmaviaduct in Groningen. De betrokkene voerde aan dat de overtreding onvoldoende vaststond omdat geen bord H1 was gepasseerd en dat de advocaat-generaal onvoldoende had onderbouwd dat het bord aanwezig was.

Het hof overwoog dat een betwisting van de aanwezigheid van komborden alleen aanleiding geeft tot nader onderzoek indien de betrokkene een concrete, eenduidige route heeft aangegeven. De betrokkene had echter verschillende routes opgegeven, waardoor nader onderzoek naar de bebording niet noodzakelijk was.

Gezien de geautomatiseerde vaststelling van de overtreding door een flitspaal binnen de bebouwde kom en de foto van de gedraging, concludeerde het hof dat de overtreding vaststaat. De beslissing van de kantonrechter om het beroep ongegrond te verklaren werd bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep tegen de snelheidsovertreding en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.278.497/01
CJIB-nummer
: 223751280
Uitspraak d.d.
: 22 november 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 13 januari 2020, betreffende
[de betrokkene](hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 2 maart 2021 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen, waarop de advocaat-generaal heeft gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 153,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 17 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 februari 2019 om 14:58 uur op het Emmaviaduct, richting Julianaplein, in Groningen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de gedraging onvoldoende vaststaat. De betrokkene is op de gereden route geen bord H1 gepasseerd. Het is aan de advocaat-generaal te onderbouwen dat de betrokkene dit bord is gepasseerd. Het door de advocaat-generaal overgelegde aanvullend proces-verbaal voldoet niet aan de maatstaf van het overzichtsarrest van het hof van 28 februari 2020, vindplaats op rechtspraak.nl ECLI:NL:GHARL:2020:1803. Ook zijn de schouwdata onvoldoende representatief om de gedraging te kunnen vaststellen. Er zijn geen schouwrapporten van vlak voor en na de vermeende gedraging overgelegd.
3. Het zaakoverzicht houdt naast de onder 1 vermelde gegevens in dat de gedraging op geautomatiseerde wijze is vastgesteld door apparatuur die in een vaste flitspaal is gemonteerd en dat de gedraging plaatsvond binnen de bebouwde kom, waar een toegestane snelheid van 50 km/h gold.
4. Het hof heeft in het door de gemachtigde genoemde arrest voor deze situatie overwogen dat er eerst aanleiding voor nader onderzoek naar de bebording bestaat als de betrokkene die stelt dat deugdelijke bebording ontbrak, heeft aangegeven welke route de bestuurder heeft afgelegd om zijn bestemming te bereiken (overweging 8).
5. Nadat de gemachtigde in de procedure bij de kantonrechter had gesteld dat de betrokkene vanuit de A28 kwam en in hoger beroep bij brief van 17 juli 2020 had gesteld dat de betrokkene komende vanaf de A28 de afrit in de richting van het Emmaviaduct nam en is gekeerd op het kruispunt nabij de Stationsweg, heeft hij bij brief van 2 maart 2021 onder overlegging van een van google maps afkomstige (slecht leesbare) print gesteld dat de betrokkene reed op de N370, de Peizerweg, Paterswoldseweg, de Eeldersingel, de Emmasingel, de Brailleweg en toen het Emmaviaduct.
6. Het betreft hier verschillende routes. Onder deze omstandigheden is geen sprake van het aangeven van een route die de bestuurder heeft afgelegd om zijn bestemming te bereiken als bedoeld in overweging 8 van het arrest. Bij deze stand van zaken bestaat er geen aanleiding voor nader onderzoek naar de aanwezigheid van een bord H1 ten tijde van de gedraging.
7. Gelet op het voorgaande, de inhoud van het zaakoverzicht en de foto van de gedraging kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De kantonrechter heeft een juiste beslissing genomen door het beroep ongegrond te verklaren. Het hof zal die beslissing bevestigen.
8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.