Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoeker] ,
Procesgang
Beoordeling van het verzoek
BESLISSING
15.000, (vijftienduizend euro).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van de detentie die hij in het kader van zijn strafzaak heeft ondergaan. Het hof heeft het verzoek behandeld en gelet op het zeer uitzonderlijke verloop van de procedure in eerste aanleg en hoger beroep, waaronder een buitensporige duur van voorlopige hechtenis en onverwachte strafoplegging, verzoeker ontvankelijk verklaard.
De voorlopige hechtenis duurde aanzienlijk langer dan de uiteindelijk opgelegde gevangenisstraf. Er was een aanzienlijke vertraging van ongeveer een jaar in het opmaken van rapportages terwijl verzoeker in voorlopige hechtenis verbleef, zonder dat hem iets te verwijten viel. In eerste aanleg werd een maatregel van tbs met verpleging opgelegd zonder dat dit was geëist, gebaseerd op gedragskundige rapporten uit een andere zaak.
In hoger beroep verbleef verzoeker ongeveer tweeëntwintig maanden in voorlopige hechtenis, waarna hij onverwacht in vrijheid werd gesteld zonder hulpverleningskader. Het hof constateerde dat slechts één van de vier feiten waarop de voorlopige hechtenis was gebaseerd, uiteindelijk bewezen was verklaard. Gezien deze omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn achtte het hof het billijk om een schadevergoeding van €15.000 toe te kennen.
Het hof wees het verzoek voor het overige af en beval de betaling van het toegekende bedrag ten laste van de Staat.
Uitkomst: Het hof kent verzoeker een schadevergoeding van €15.000 toe wegens buitensporige voorlopige hechtenis en uitzonderlijk procedureverloop.