Uitspraak
[appellante],
De Meerpaal,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van haar vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag door Stichting De Meerpaal. Zij verzocht het hof om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten en om inzage of afgifte van diverse dossiers en documenten die relevant zijn voor het bewijs van tijdige stuiting van de verjaring.
Het hof oordeelde dat het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor prematuur is en in strijd met de goede procesorde, omdat nog geen inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak had plaatsgevonden en het hof niet kon beoordelen of het verjaringsverweer aan de orde zou komen. Het verzoek tot inzage van stukken werd eveneens afgewezen als prematuur, mede omdat het hof niet kon vaststellen dat appellante op dit moment een rechtmatig belang had bij de gevorderde documenten en omdat het belang van De Meerpaal bij geheimhouding zwaarder woog.
Beide verzoeken werden afgewezen en appellante werd veroordeeld in de proceskosten. Het hof verklaarde de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. De uitspraak werd gedaan door mrs. M. Willemse, G. van Rijssen en A.L. Goederee op 23 november 2021.
Uitkomst: Verzoek om voorlopig getuigenverhoor en inzage stukken afgewezen; appellante veroordeeld in kosten.