ECLI:NL:GHARL:2021:1084

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 februari 2021
Publicatiedatum
3 februari 2021
Zaaknummer
Wahv 200.267.651/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Anjewierden
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtArtikel 11 WahvBeleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs bebording milieuzone

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het overtreden van een geslotenverklaring in een milieuzone op 15 oktober 2018 in Amsterdam. De overtreding werd geconstateerd via een camera die het voertuig vastlegde na het passeren van het verkeersbord C6. De betrokkene betwistte de aanwezigheid van de juiste bebording, omdat het bord niet zichtbaar was op de flitsfoto's en de maandelijkse controles volgens het beleidskader niet aantoonbaar waren uitgevoerd.

De advocaat-generaal overhandigde schouwrapporten van augustus, november en december 2018 waaruit bleek dat de bebording in die maanden in orde was. Echter, rapporten van september en oktober 2018 ontbraken, waardoor niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de bebording rond de overtredingsdatum correct was geplaatst. Dit is in strijd met het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden, dat een maandelijkse controle vereist.

Het hof oordeelde dat vanwege het ontbreken van bewijs van juiste bebording de sanctiebeschikking niet in stand kan blijven. De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd, het beroep wordt gegrond verklaard en de sanctiebeschikking wordt vernietigd. Tevens wordt de advocaat-generaal veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene ter hoogte van €1.335,-.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van juiste bebording en het OM wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.267.651/01
CJIB-nummer
: 220691479
Uitspraak d.d.
: 3 februari 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 10 september 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Bij e-mail van 15 januari 2021 heeft de gemachtigde van de betrokkene zijn zittingsverzoek ingetrokken.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,-voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen, bord C6 bijlage I RVV 1990 (milieuzone)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 oktober 2018 om 10:51 uur op de Nieuwe Utrechtseweg in Amsterdam met het voertuig met het kenteken
[00-YYY-0] .
2. De gemachtigde betwist de plaatsing van de juiste bebording. Het verkeersbord C6 is niet zichtbaar op de foto, hetgeen in strijd is met het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (hierna: Beleidskader). Dit gebrek wordt niet op andere wijze ondervangen. De door de advocaat-generaal overgelegde schouwrapporten maken onvoldoende duidelijk of de bebording op de vermeende pleegdatum in orde was.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is geautomatiseerd geconstateerd en op een digitale foto vastgesteld door een camera die na het bord C6 is geplaatst. De borden C6 zijn voorzien van het woord ‘zone’ en hebben derhalve zonale werking. Onder het bord of bij het bord (of borden) is een onderbord geplaatst met de tekst: ‘diesel, vrachtauto (voertuigsymbool) euro 0-III, bestelauto (voertuigsymbool) diesel 1999 en ouder, taxi (voertuigsymbool) 2008 en ouder, autobus (voertuigsymbool) 2004 en ouder, low emission milieuzone’ en het symbool van een camera. De euroklasse of datum van eerste toelating van dit voertuig was volgens de gegevens uit het RDW kentekenregister gelegen vóór de geldende vermelde datum en ook was voor dit voertuig ten tijde van de overtreding geen ontheffing afgegeven. De camera heeft vastgelegd dat het voernoemde voertuig kwam uit de zuidelijke richting van de Rijksweg A2 en reed in noordelijke richting naar de Amsteldijk. De camera heeft vastgelegd dat het betrokken voertuig het voor hem bedoelde bord C6 negeerde en de geslotenverklaring in reed. Bij een milieuzone is het noodzakelijk om een voertuig aan de voorzijde te fotograferen, omdat bij een samenstel van voertuigen het kenteken van het trekkende motorvoertuig moet worden vastgelegd. Daarom is het bord niet zichtbaar op de foto. De foto is genomen na het passeren van het bord bij het inrijden van de zone. De juiste plaatsing van de verkeersborden wordt maandelijks geschouwd door een boa en dit wordt in een proces-verbaal vastgelegd. De wegbeheerder heeft geen melding van enige wijziging of bijzonderheid gedaan inzake de bebording waardoor deze deugdelijk aanwezig was op het moment van overtreding.”
4. In het dossier bevindt zich de foto waarmee de gedraging is vastgelegd. Hierop is de voorzijde van het voertuig met kenteken [00-YYY-0] te zien. Op de foto is geen bebording te zien.
5. In het ten tijde van de gedraging geldende Beleidskader waarnaar de gemachtigde verwijst is onder meer het volgende opgenomen:
“Indien camerasystemen in werking zijn waarop de borden niet zichtbaar zijn, dan zal een (minimaal) maandelijkse omgevingsschouw moeten plaatsvinden door een opsporingsambtenaar. Deze legt in een proces-verbaal vast dat de borden en de daarbij behorende onderborden juist zijn geplaatst”.
6. De advocaat-generaal heeft een aanvullend proces-verbaal overgelegd, waarbij als bijlage schouwrapporten van augustus, november en december 2018 zijn gevoegd. In deze schouwrapporten staat dat in de genoemde maanden alle borden van voornoemde milieuzone zijn gecontroleerd en dat daarbij is geconstateerd dat deze borden duidelijk zichtbaar en onbeschadigd waren opgesteld.
7. Het hof stelt vast dat schouwrapporten van september en oktober 2018 ontbreken. Uit het dossier blijkt dus niet dat de bebording (minimaal) maandelijks wordt gecontroleerd. Ook kan op basis van het dossier niet met een voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de bebording rond de pleegdatum in orde was. Gelet daarop is niet conform voormeld Beleidskader gehandeld en kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Dit brengt mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het hof zal daarom beslissen als hierna te melden.
De overige bezwaren van de gemachtigde behoeven nu geen bespreking meer.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting, alsmede het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter dienen in totaal 4,5 procespunten te worden toegekend. Ook aan het telefonisch horen dient één punt te worden toegekend. Gelet op de door de gemachtigde geleverde inspanning zal het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, het voor het horen door de officier van justitie toegekende punt halveren. De waarde per punt bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.335,- (= 5 x € 534,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1.335,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.