ECLI:NL:GHARL:2021:10928
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevel tot verpleging terbeschikkinggestelde bij brandstichting
De terbeschikkinggestelde is veroordeeld voor brandstichting en schennis van de eerbaarheid, maar de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden is uitsluitend opgelegd voor brandstichting, een misdrijf dat gevaar voor de onaantastbaarheid van het lichaam veroorzaakt. Het hof stelt vast dat schennis van de eerbaarheid geen grond is voor terbeschikkingstelling volgens artikel 37a Sr.
De terbeschikkinggestelde betoogde dat de maatregel niet proportioneel is vanwege zijn positieve houding en coöperatie in het verleden, en dat het risico op recidive en onttrekking onvoldoende is onderbouwd. De officier van justitie stelde dat de terbeschikkinggestelde onvoldoende intrinsieke motivatie toont en dat voortzetting van behandeling binnen het huidige juridische kader niet wenselijk is.
Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht het bevel tot verpleging heeft gegeven en dat de maatregel niet gemaximeerd is omdat deze is opgelegd voor brandstichting. Het verzoek om nader onderzoek naar voortzetting van behandeling en resocialisatie in het kader van terbeschikkingstelling met voorwaarden wordt afgewezen omdat de noodzakelijkheid daarvan niet is aangetoond.
De beslissing van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van de gronden, waarbij expliciet wordt vastgesteld dat de maatregel is opgelegd voor brandstichting. De terbeschikkinggestelde blijft daarmee onder verpleging van overheidswege geplaatst.
Uitkomst: Het hof bevestigt het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege wordt verpleegd.