ECLI:NL:GHARL:2021:10954

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 november 2021
Publicatiedatum
26 november 2021
Zaaknummer
Wahv 200.282.272/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, tweede lid WahvArt. 7:18 AwbArt. 10 WahvArt. 5.2.51-63 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden met ondeugdelijke remlichten ondanks ontbreken foto

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rijden met een voertuig waarvan het linker remlicht defect was en het derde remlicht minder dan 70% functioneerde. De sanctie van €140 werd opgelegd op basis van de visuele waarneming van een daartoe aangewezen ambtenaar tijdens een verkeerscontrole op 2 mei 2019.

De betrokkene voerde aan dat de remlichten wel functioneerden, dat de foto van de gedraging ontbrak in het dossier en dat de sanctie onterecht was. Tevens werd betwijfeld hoe een defect bij een recente APK-keuring kon zijn gemist en werd gevraagd om een waarschuwing in plaats van een boete. De kantonrechter wees het beroep af en ook het hof bevestigde deze beslissing.

Het hof oordeelde dat het ontbreken van de foto, die om technische redenen niet meer beschikbaar was, niet tot vernietiging van de sanctie leidt. De visuele waarneming van de ambtenaar, bevestigd in het proces-verbaal, vormt voldoende bewijs. De betrokkene kon geen overtuigende argumenten aandragen die twijfel aan de juistheid van de waarneming rechtvaardigen.

Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld. Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter en wees het hoger beroep af.

Uitkomst: De sanctie van €140 voor het rijden met ondeugdelijke remlichten wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.282.272/01
CJIB-nummer
: 225376411
Uitspraak d.d.
: 26 november 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 30 juni 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde voert, zo begrijpt het hof, aan dat de remlichten niet stuk waren. Volgens de ambtenaar deed het remlicht het voor 70%. De bestuurder, de zoon van de kentekenhouder, heeft ’s ochtends de auto gecheckt en op dat moment deed de lamp het. Ook de dagen daarvoor deed de lamp het. Volgens de bestuurder leek het erop dat de ambtenaar hoe dan ook graag meerdere boetes wilde uitschrijven. De ambtenaar heeft namelijk ook nog een sanctie opgelegd voor de autoband. Omdat de band dusdanig versleten was, mocht de bestuurder niet verder rijden. De bestuurder vraagt zich af hoe dit bij een (vrij recente) Apk-keuring dan kan zijn gemist. Daarnaast vraagt de bestuurder zich af waarom er, nu hij te goeder trouw was, niet volstaan had kunnen worden met een waarschuwing. Tot slot merkt hij nog op dat hij niet snapt waarom hij twee keer administratiekosten dient te betalen. De gemachtigde voert verder aan dat de foto van de gedraging niet is overgelegd. Nu een foto tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoort, had deze reeds in administratief beroep aan het dossier toegevoegd moeten worden. De kantonrechter heeft miskend dat artikel 7:18 van Pro de Algemene wet bestuursrecht door de officier van justitie is geschonden en dit dient volgens hem te leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking.
2. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “als best. van een voertuig rijden, terwijl voertuig niet voorzien is van goed werkende remlichten.” Deze gedraging zou zijn verricht op 2 mei 2019 om 09:57 uur op het Annie Romeinplein in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: Ik, verbalisant [de verbalisant] , was op donderdag 2 mei 2019, omstreeks 09.57 uur belast met een verkeerscontrole op het Annie Romeinplein te Amsterdam. Ik zag dat het voertuig voorzien van kenteken [kenteken] onze controleplek kwam oprijden. Ik zag tijdens de controle dat het linker remlicht defect was en het derde remlicht voor minder dan 70% licht uitstraalde. Ik zag dat het linker remlicht niet brandde.
Overtreden artikel: 5.2.51-63 Rv. (…)
Bijlagen: een fotografische opname. (…)”
5. In het aanvullend proces-verbaal van 10 februari 2020 heeft de ambtenaar die de onderhavige gedraging heeft geconstateerd – zakelijk weergegeven – (desgevraagd) verklaard dat de foto’s die genoemd zijn in het zaakoverzicht om technische redenen niet meer beschikbaar zijn.
6. Foto’s van een gedraging behoren – als deze zijn gemaakt – tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Wanneer een foto van de gedraging is gemaakt, moet daarvan melding worden gemaakt in het zaakoverzicht (vgl. het arrest van dit hof van 2 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1050).
7. De gemachtigde heeft in de procedure bij de kantonrechter en het hof gewezen op het ontbreken van de in het zaakoverzicht genoemde foto. Deze foto bevindt zich echter, in strijd met artikel 10 van Pro de Wahv, niet in het dossier. Het moet er daarom voor worden gehouden dat die foto, gelet ook op hetgeen de ambtenaar hieromtrent heeft verklaard, niet meer beschikbaar is.
8. Tot vernietiging van de sanctie hoeft dat in casu echter niet te leiden. Het bewijs wordt in casu geleverd door de visuele waarneming van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht en de bevestiging van die waarneming in voornoemd aanvullend proces-verbaal.
De ambtenaar heeft verklaard dat het linker remlicht defect was en dat het derde remlicht voor minder dan 70% licht uitstraalde. Het hof ziet in hetgeen is aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de in het zaakoverzicht weergegeven verklaring van de ambtenaar. Het defecte linker remlicht rechtvaardigt reeds het opleggen van de sanctie. In welke mate het derde remlicht functioneerde is verder niet van belang. Gelet op de gegevens in het zaakoverzicht kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
9. De aangevoerde gronden treffen gelet op het voorgaande geen doel. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
10. Nu betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.