ECLI:NL:GHARL:2021:10955
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking parkeren op trottoir met ontheffing
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het parkeren met een stilstaand voertuig op het trottoir, wat volgens artikel 10, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 verboden is. De betrokkene voerde aan dat hij een geldige ontheffing had en dat er geen hinder was voor voetgangers of rolstoelgebruikers. Hij stelde dat het voertuig geparkeerd was vanwege meterwisselwerkzaamheden en dat er voldoende ruimte was voor doorgang.
Het hof stelde vast dat het voertuig inderdaad op het trottoir stond, maar dat de betrokkene beschikte over een ontheffing verleend door de Minister van Infrastructuur en Milieu, die het parkeren op het trottoir toestond voor werkzaamheden. Het bewijs van hinder ontbrak, aangezien de constatering met een scanauto was gedaan zonder directe waarneming van hinder, en de foto's toonden geen belemmering.
Daarom oordeelde het hof dat de gedraging niet in strijd was met artikel 10 RVV Pro 1990 en vernietigde de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter. Het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen omdat geen kosten waren aangetoond die voor vergoeding in aanmerking kwamen.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens parkeren op het trottoir wordt vernietigd vanwege een geldige ontheffing en onvoldoende bewijs van hinder.