Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
€ 374,-.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor parkeren in strijd met een parkeerverbod op 15 mei 2019 op het Amstelplein in Amsterdam. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. De betrokkene ging in hoger beroep en stelde dat er wel een reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden, zodat de sanctie aan de bestuurder had moeten worden opgelegd.
Het hof constateerde dat de ambtenaar het voertuig minutenlang had waargenomen terwijl het stil stond, zonder dat klanten in- of uitstapten. De ambtenaar verklaarde dat de bestuurder wegreed voordat hij tot staandehouding kon overgaan, maar gaf geen nadere toelichting waarom hij niet eerder kon ingrijpen. Het hof oordeelde dat de enkele mededeling dat het voertuig wegreed onvoldoende is om te concluderen dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was.
Op grond van artikel 5 Wahv Pro moet de ambtenaar de bestuurder staande houden om een sanctie op te leggen, tenzij er geen reële mogelijkheid was om de identiteit vast te stellen. Het hof vond dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd en vernietigde de beschikking. Tevens werd het door de betrokkene gestelde bedrag gerestitueerd en de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende reële mogelijkheid tot staandehouding en het gestelde bedrag wordt gerestitueerd.