ECLI:NL:GHARL:2021:11034
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wateroverlast vormt gebrek maar schade niet toerekenbaar aan verhuurder
Op 3 maart 2017 kreeg de huurder te maken met wateroverlast in zijn appartement, wat schade veroorzaakte. De huurder startte een procedure tegen de verhuurder, Stichting Volkshuisvesting Arnhem, en de Vereniging van Eigenaren (VvE). De kantonrechter stelde dat de VvE niet aansprakelijk was, maar Volkshuisvesting wel omdat sprake was van een gebrek.
In hoger beroep stelde het hof vast dat de wateroverlast inderdaad een gebrek vormde, omdat het huurgenot werd belemmerd. Echter, de oorzaak van de wateroverlast was niet duidelijk vastgesteld; mogelijk was een buiten het appartement gelegen standleiding bevroren. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat de leidingen in het appartement zelf gebrekkig waren.
Het hof oordeelde dat schadevergoeding alleen verschuldigd is als het gebrek aan de verhuurder kan worden toegerekend, bijvoorbeeld door onvoldoende onderhoud of controle. Omdat een externe factor mogelijk medeoorzaak was, kon de schade niet zonder meer aan Volkshuisvesting worden toegerekend. Desondanks deed Volkshuisvesting uit coulance afstand van het recht om de reeds betaalde schadevergoeding terug te vorderen, waarmee de zaak werd beëindigd.
Het hof vernietigde de eerdere vonnissen van de kantonrechter en bepaalde dat elke partij haar eigen kosten draagt. Het arrest werd gewezen door drie rechters en op 30 november 2021 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof vernietigt de vonnissen en verstaat dat verhuurder de betaalde schadevergoeding niet terugvordert.