De terbeschikkinggestelde was veroordeeld voor ernstige delicten waaronder opzettelijke brandstichting en bedreiging, met een opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met verpleging van overheidswege. De rechtbank had de TBS verlengd met één jaar en het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van verpleging afgewezen.
In hoger beroep betoogde de terbeschikkinggestelde dat de verpleging voorwaardelijk beëindigd moest worden vanwege zijn positieve ontwikkeling en stabiliteit, ondersteund door adviezen van onafhankelijke psychologen, psychiaters en de reclassering. Het openbaar ministerie vond het echter te vroeg voor beëindiging en gaf de voorkeur aan een geleidelijke aanpak met proefverlof.
Het hof oordeelde dat het gevaar voor de veiligheid van anderen voldoende was teruggebracht en dat de terbeschikkinggestelde stabiel functioneert met begeleiding, ook in zelfstandige woonruimte. Daarom werd de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd onder strikte voorwaarden. De maatregel werd verlengd met twee jaar, omdat het resocialisatietraject onder de nieuwe voorwaarden meer tijd zal vergen dan de resterende termijn van één jaar.
De voorwaarden omvatten onder meer het naleven van gedragsregels, toezicht door reclassering, behandeling door een zorgverlener, woonplaatsrestricties, en het verbod op middelengebruik. Het hof stelde hiermee een zorgvuldige overgang naar meer zelfstandigheid veilig, met waarborgen voor de veiligheid van de samenleving.