ECLI:NL:GHARL:2021:11238

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 december 2021
Publicatiedatum
7 december 2021
Zaaknummer
Wahv 200.255.945/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.8.48 Regeling voertuigenArt. 5.18.8 Regeling voertuigenArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor rijden met voertuig met scherpe delen aan verwisselbaar werktuig

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €230 wegens het rijden met een landbouwvoertuig voorzien van scherpe delen, in strijd met artikel 5.8.48 van de Regeling voertuigen. De betrokkene voerde aan dat de scherpe delen niet aan het voertuig zelf zaten, maar aan het werktuig dat werd vervoerd, en dat de haken naar beneden gericht waren, waardoor geen gevaar voor letsel zou ontstaan.

De officier van justitie handhaafde de sanctie, maar stelde voor de feitcode te wijzigen naar een overtreding van artikel 5.18.8 van de Regeling voertuigen, omdat het scherpe deel een verwisselbaar uitrustingsstuk betrof. Het hof volgde dit standpunt en verwierp het verweer dat de naar beneden gerichte haken geen gevaar opleverden, omdat ook deze letsel kunnen veroorzaken bij onbeschermde verkeersdeelnemers.

Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en wijzigde de feitcode en omschrijving van de gedraging. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van €1.335,50.

Uitkomst: Beslissing van kantonrechter vernietigd, feitcode gewijzigd naar scherpe delen aan verwisselbaar uitrustingsstuk, proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.255.945/01
CJIB-nummer
: 214528471
Uitspraak d.d.
: 7 december 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 januari 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het voertuig scherpe delen heeft (feitcode N480A)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 februari 2018 om 17.35 uur op de Moerdijkse Postbaan in Etten-Leur met een land- of bosbouwtrekker.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat de gedraging niet is verricht. Het ging in dit geval niet om het voertuig dat scherpe delen had, maar het werktuig dat met het voertuig werd vervoerd. Bovendien zitten de haken van het werktuig aan de onderkant en richten ze naar beneden richting het voertuig. Daarom kan niet gezegd worden dat ze in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Tijdens controle zag ik verbalisant voorgenoemde tractor langsrijden. Ik zag dat er aan de achterzijde scherpe haken zaten. Bij staandehouding bleken deze haken buiten het voertuig uit te steken.”
4. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal waarin de ambtenaar - kort samengevat - onder meer verklaart dat hij een landbouwvoertuig zag rijden met daarachter een werktuig. Dit werktuig was voorzien van scherpe metalen pinnen die buiten de zijkant van het voertuig uitstaken. De ambtenaar verklaart ook dat hij de bestuurder hoorde zeggen dat hij op de zaak hoezen had die er omheen moeten. Bij het proces-verbaal is een foto gevoegd waarop de achterkant van het voertuig met daarachter het werktuig te zien is.
5. De overtreding waarvoor de sanctie is opgelegd betreft een overtreding van artikel 5.8.48, eerste lid, van de Regeling voertuigen, dat luidt:
“Landbouw- of bosbouwtrekkers mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.”
6. De advocaat-generaal heeft in diens verweerschrift aangevoerd dat, nu de scherpe delen niet aan het voertuig zaten maar aan het werktuig dat een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk is zoals bedoeld in artikel 1 van Pro de Regeling voertuigen (het hof begrijpt: artikel 1.1 van de Regeling voertuigen), de feitcode en omschrijving van de gedraging moeten worden gewijzigd naar P081: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het verwisselbare uitrustingsstuk scherpe delen heeft”. Dit betreft een overtreding van artikel 5.18.8, eerste lid van de Regeling voertuigen. Het sanctiebedrag bij die feitcode is eveneens € 230,-.
7. Gelet op de stukken in het dossier heeft de advocaat-generaal de wijziging van de feitcode terecht voorgesteld. Het hof zal hem daarin dan ook volgen. Daarbij verwerpt het hof het verweer van de gemachtigde dat de haken van het werktuig in geval van botsing geen extra gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren omdat ze naar beneden gericht zijn. Ook naar beneden gerichte haken kunnen bij een ongeval letsel veroorzaken, met name bij onbeschermde verkeersdeelnemers zoals fietsers en voetgangers die in botsing komen met het voertuig en werktuig. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging met feitcode P081 is verricht.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen, zodat de overige bezwaren daartegen niet hoeven te worden besproken. Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie wordt gedeeltelijk gegrond verklaard.
9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, een hoger beroepschrift en een nadere toelichting daarop dienen in totaal 3,5 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 534,- en voor het (hoger) beroep € 748,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.335,50 ((1,5 x € 534,- x 0,5 = € 400,50) + (2,5 x
€ 748,- x 0,5 = € 935,-)).
10. Voorgaande leidt tot onderstaande beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking in zoverre dat de feitcode en omschrijving van de gedraging worden gewijzigd in P081; “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het verwisselbare uitrustingsstuk scherpe delen heeft”;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.335,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.