ECLI:NL:GHARL:2021:11246
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctie wegens onjuiste kwalificatie voertuiggebonden lading zand
De betrokkene kreeg een sanctie van €380 opgelegd wegens het vervoeren van voertuiggebonden lading die gevaar kon opleveren door het vallen ervan. Deze overtreding werd vastgesteld op 21 juni 2019 in Leeuwarden. De betrokkene voerde aan dat het ging om zand, een losse lading, die door de geringe hoeveelheid en hoge schiet niet van het voertuig kon vallen.
De overtreding betrof artikel 5.18.6, derde lid, van de Regeling voertuigen, dat ziet op voertuiggebonden lading. Het hof stelde vast dat zand geen voertuiggebonden lading is, maar losse lading die afgedekt moet worden volgens het tweede lid van dit artikel. De feitcode was daarom onjuist toegepast.
Het hof besloot de sanctie te vernietigen en het beroep van de betrokkene gegrond te verklaren. Tevens werd de proceskostenvergoeding van €374 toegewezen aan de betrokkene. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot vergoeding van deze kosten. Het hof wijzigde de feitcode niet vanwege het stadium van de procedure en het ontbreken van een verweerschrift hierover.
Uitkomst: De sanctie wegens onvoldoende zekering van voertuiggebonden lading zand wordt vernietigd omdat zand als losse lading moet worden beschouwd.