ECLI:NL:GHARL:2021:11296

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 december 2021
Publicatiedatum
8 december 2021
Zaaknummer
Wahv 200.277.549/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 WVW 1994Art. 68 WVW 1994Art. 72 lid 2 sub b WVW 1994Art. 73 WVW 1994Art. 9 Besluit voertuigen
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden met niet APK-gekeurd en geschorst voertuig

De betrokkene werd beboet wegens het rijden met een voertuig waarvan het keuringsbewijs was geschorst. Hij voerde aan dat hij op weg was naar een keuringsstation voor een APK-keuring, wat een uitzondering op het verbod vormt. Het voertuig werd inderdaad op de dag na de overtreding goedgekeurd en de betrokkene overhandigde een afkeuringsrapport en een bon van het keuringsstation.

De advocaat-generaal betwistte dat betrokkene op het moment van staandehouding daadwerkelijk onderweg was naar het keuringsstation, mede omdat het keuringsstation al gesloten was en de gereden route niet overeenkwam met een route naar het keuringsstation. De betrokkene verscheen niet op de zitting.

Het hof oordeelt dat de betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij onderweg was naar het keuringsstation op het moment van de staandehouding. De uitzondering op het verbod om met een niet-gekeurd voertuig te rijden is daarom niet van toepassing. De sanctie wordt bevestigd.

De zaak betreft een overtreding van artikel 72 lid 2 sub b van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Het arrest is gewezen door mr. Wijma en uitgesproken op 8 december 2021.

Uitkomst: De sanctie van €140 voor rijden met een niet APK-gekeurd en geschorst voertuig wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.277.549/01
CJIB-nummer
: 225197683
Uitspraak d.d.
: 8 december 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van
9 maart 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter, waarbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
Op 16 oktober 2020 is nog een brief van de betrokkene ontvangen. Deze is (in kopie) doorgestuurd naar de advocaat-generaal.
Op 20 november 2021 is nog een e-mailbericht van de betrokkene ontvangen, doorgestuurd naar de advocaat-generaal.
De zaak is behandeld op de zitting van 24 november 2021, waar de betrokkene niet is verschenen en de advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 140,- opgelegd ter zake van “voor een motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren”, welke gedraging zou zijn verricht op
25 april 2019 om 17:36 uur op de Lauwersweg te Uithuizen met het voertuig met het kenteken
[kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat de sanctie hem ten onrechte is opgelegd, omdat het is toegestaan om met een geschorst voertuig naar het keuringsstation te rijden voor een nieuwe APK keuring. Op
25 april 2019 was hij op weg naar het keuringsstation om zijn voertuig APK te laten keuren en op dat moment was de geldigheid van het kentekenbewijs geschorst. Het voertuig is vervolgens op
26 april 2019 goedgekeurd door het keuringstation. De betrokkene heeft de bon van keuringsstation [naam2] overgelegd. Op deze bon staat het hiervoor vermelde kenteken en datum 25-4-19. Onderaan de bon staan de kosten voor de APK keuring. Ook heeft de kentekenhouder van het voertuig per brief aan de RDW aangekondigd dat het voertuig zich op 25 en/of 26 april 2019 op de openbare weg begeeft voor een APK keuring bij [naam2] . Deze brief heeft hij ook bij zijn hoger beroepschrift bijgesloten. Het keuringsrapport heeft de betrokkene eerder in de procedure overgelegd. Uit dit rapport volgt dat het voertuig op 26 april 2019 is goedgekeurd door [naam2] . Verder benoemt de betrokkene nog dat hij een naheffingsaanslag van de belastingdienst heeft ontvangen, maar dat deze na bezwaar is vernietigd.
3. De vertegenwoordiger van de advocaat-generaal heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld het niet aannemelijk te vinden dat de betrokkene op het moment dat hij werd staande gehouden op weg was om zijn voertuig ter keuring aan te bieden. In het dossier bevindt zich weliswaar een afkeuringsbericht van [naam2] van die dag, maar de betrokkene is na 17:30 uur staande gehouden en het bedrijf gaat om 17:00 uur dicht. Het verhaal van de betrokkene strookt bovendien niet met de door hem gereden route. Uit de verklaring van de ambtenaren kan worden afgeleid dat de betrokkene op het moment van de staandehouding weer op de terugweg was naar het huis van de kentekenhouder. Dit betekent dat het beroep op de uitzondering op de keuringsplicht faalt en dat er geen aanleiding is om het bedrag van de sanctie te vernietigen of die sanctie in zijn geheel ongedaan te maken.
4. De onderhavige gedraging is gebaseerd op artikel 72, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). De volgende bepalingen uit de WVW 1994 zijn in deze zaak van belang:
- artikel 67 van Pro de WVW 1994:
“1. Indien met een voertuig geen gebruik van de weg wordt gemaakt, schorst de Dienst Wegverkeer op aanvraag van de eigenaar of houder van dat voertuig, tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief, de geldigheid van het kentekenbewijs.’’
5. Artikel 68 van Pro de WVW 1994:
“1. De schorsing eindigt:
d. zodra met het voertuig gebruik van de weg wordt gemaakt.’’
6. Artikel 72 van Pro de WVW 1994:
“1. Voor een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor een kenteken is opgegeven dan wel dient te zijn opgegeven, dient een keuringsbewijs te zijn afgegeven. (…)
3.Voor overtreding van het eerste lid en het bepaalde bij of krachtens het tweede lid zijn aansprakelijk:
a. voor zover het betreft een motorrijtuig, de eigenaar of houder, alsmede in het geval dat met dat motorrijtuig over de weg wordt gereden, de bestuurder.’’
7. Artikel 73 van Pro de WVW 1994:
“1. Artikel 72 geldt Pro niet indien:
a. (…)
b. de geldigheid van het voor het betrokken voertuig afgegeven kentekenbewijs is geschorst overeenkomstig paragraaf 6 van hoofdstuk IV.’’

Paragraaf 6 van hoofdstuk IV omvat de artikelen 67 tot en met 70 WVW 1994.

8. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Bij het raadplegen van het kentekenregister bleek mij dat het voor dit voertuig afgegeven keuringsbewijs zijn geldigheid had verloren.
Toelatingsdatum op de weg: 05-01-2009
Het voertuig diende gekeurd te zijn op: 04-05-2018
Voertuig geschorst per 10-12-2018 tot 11-01-2020
Overtreden artikel: 72 lid 2 sub b WVW 1994(…)
Verdachte reed over de Emmaweg in genoemd voertuig. Hij reed op de Emmaweg te Uithuizen waar hij ons tegemoet kwam rijden. Nadat wij keerden en hem volgden, reed hij via de Eemsweg via de Oude Dijk naar de Lauwersweg, alwaar hij stopte nadat hij een stopteken kreeg via de stoptransparant via de voorzijde van ons dienstvoertuig. Na staandehouding bleek dat het voertuig geschorst was per 10-12-2018. Verdachte verklaarde ongevraagd dat het voertuig waarin hij reed niet van hem was maar van een persoon wonende Lauwersdwarsweg 5 te Uithuizen. Hij verklaarde op weg te zijn om de auto te laten keuren voor de APK.
Hij verklaarde dat het is toegestaan om met een geschorst voertuig te rijden voor en na een APK keuring. Wij merkten hierbij op dat verdachte verklaarde dat hij geen afspraak had gemaakt bij een APK keuringsstation. Verdachte reed komende vanuit de woning van de tenaamgestelde van het voertuig naar de woning van de tenaamgestelde. Gezien het tijdstip van overtreding is het niet meer mogelijk om nog een voertuig op dat moment te laten keuren. Verdachte verklaarde dat het voertuig waarin hij reed niet was verzekerd.”
9. Dat het voertuig op het onder 1. omschreven moment niet APK gekeurd was, is niet in geschil. Dit betekent dat de gedraging vaststaat. De betrokkene beroept zich echter op artikel 9 van Pro het Besluit voertuigen (Bv). Artikel 9 van Pro het Bv bepaalt dat artikel 72, eerste lid, niet geldt voor een motorrijtuig of een aanhangwagen op de dag waarop dat voertuig naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsrapport aan een keuring wordt onderworpen. De betrokkene heeft derhalve de mogelijkheid het voertuig ter keuring aan te bieden. Dat kan direct na ommekomst van de schorsing, maar ook eerder, waar hier gelet op het voorgaande dus sprake van is, voordat de schorsing afloopt. Een geslaagd beroep op dit artikel dient te leiden tot het oordeel dat het opleggen van een sanctie achterwege dient te blijven. Voor een dergelijk beroep is vereist dat er feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk kan worden dat het betreffende voertuig op de dag waarop dat naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsrapport aan een keuring is aangeboden en daaraan onderworpen.
10. Uit de zich in het dossier bevindende informatie kan worden afgeleid dat de betrokkene op enig moment op 25 april 2019 met het voertuig met voormeld kenteken, dat op naam staat van mevrouw [naam3] , naar [naam2] Groningen is gereden om een APK keuring te laten uitvoeren. Het voertuig is toen - blijkens het op 25 april 2019 gedateerde, door de betrokkene overgelegde afkeuringsbericht van [naam2] - vanwege meerdere defecten afgekeurd. De betrokkene is op
25 april 2019 net na 17:30 uur staande gehouden op de Lauwersweg in Uithuizen en de kentekenhouder van het voertuig woont daar op de Lauwersdwarsweg nummer 5. Een dag later, op
26 april 2019, is het voertuig alsnog (goed)gekeurd en daarmee voorzien van een geldig keuringsbewijs.
11. De stelling van de betrokkene, inhoudende dat hij op het moment van de staandehouding onderweg was naar [naam2] in Groningen om zijn voertuig ter keuring aan te bieden, acht het hof niet aannemelijk. Zoals uit vorenomschreven informatie volgt, is de betrokkene staande gehouden op een moment dat het garagebedrijf al gesloten was. Dat bij [naam2] Groningen geen afspraak hoeft te worden gemaakt voor een APK keuring doet daar niet aan af. Het bedrijf dient wel open te zijn om een dergelijke keuring uit te kunnen voeren. Ook de door de ambtenaren beschreven route en de richting waarin de betrokkene reed, ondersteunen de stelling van de betrokkene dat hij op weg was naar de [naam2] in Groningen niet. Die (verder niet betwiste) route en richting bezien, doet bij het hof het vermoeden rijzen dat de betrokkene, nadat zijn voertuig bij [naam2] Groningen was afgekeurd, weer op de terugweg was naar het huis van de kentekenhouder. De betrokkene heeft diens stelling, inhoudende dat hij op het moment van de staandehouding onderweg was naar [naam2] Groningen, verder ook niet onderbouwd.
12. Voorgaande betekent dat niet aannemelijk is geworden dat de betrokkene op het onder 1. genoemde moment onderweg was om zijn voertuig ter keuring aan te bieden. De betrokkene komt derhalve geen beroep toe op de in artikel 9 Bv Pro omschreven uitzondering op de keuringsverplichting, zoals die (ook) rust op een bestuurder van een voertuig. Aanleiding om het sanctiebedrag te matigen of de sanctie te vernietigen is er aldus niet. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook worden bevestigd.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Lageveen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.