ECLI:NL:GHARL:2021:11306

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 november 2021
Publicatiedatum
9 december 2021
Zaaknummer
Wahv 200.284.804
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens twijfel aan juistheid kentekenregistratie

De betrokkene werd een administratieve sanctie van €95 opgelegd voor het rijden in strijd met het gebod tot het volgen van de aangegeven rijrichting op 2 mei 2019 in Maastricht met zijn voertuig. Hij ontkende de overtreding en stelde dat hij en zijn vrouw op dat moment in Beekbergen waren, ondersteund door bankafschriften en een overzicht van hun activiteiten.

De ambtenaar die de overtreding vaststelde, gaf aan dat hij het kenteken invoerde nadat het voertuig al was gepasseerd en hij bezig was met een andere verbalisant. Er was geen foto gemaakt vanwege beperkte zichtbaarheid. Het hof constateerde dat meerdere voertuigen met een vergelijkbaar kenteken en hetzelfde merk en type bestaan, waardoor een vergissing niet kan worden uitgesloten.

Gezien de twijfel over de juistheid van de gegevens en de verklaring van de betrokkene, kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene de overtreding had begaan. Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie, en bepaalde dat het door de betrokkene gestelde bewijs gerestitueerd wordt.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd vanwege twijfel aan de juistheid van de vaststelling van de overtreding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.284.804/01
CJIB-nummer
: 225377350
Uitspraak d.d.
: 24 november 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 1 oktober 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “rijden in strijd met gebod tot het volgen van aangegeven rijrichting: D4”. Deze gedraging zou zijn verricht op 2 mei 2019 om 9:30 uur op de Dorpstraat in Maastricht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht en voert hiertoe aan dat hij, zijn vrouw en hun auto op het tijdstip van de betreffende gedraging niet in Maastricht zijn geweest. Ten tijde van het voorval waren zij in (de omgeving van) Beekbergen. De betrokkene geeft aan dat de ambtenaar zich moet hebben vergist in het kenteken. Daarbij wijst de betrokkene erop dat de ambtenaar heeft verklaard dat op het moment dat het voertuig de ambtenaar tegemoet kwam rijden en passeerde, hij zijn diensttelefoon (nog) uit zijn broekzak haalde. Onder die omstandigheden is een (invoer)fout snel gemaakt. Ook omdat er direct nog een tweede persoon moest worden staandegehouden. De betrokkene heeft sterk het gevoel als leugenaar te worden weggezet, terwijl de verklaring van de ambtenaar aan alle kanten rammelt.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. Bij de stukken bevindt zich een op ambtseed opgemaakt aanvullend proces-verbaal van 25 juni 2019. Hierin verklaart de ambtenaar onder meer het volgende:
“Op donderdag 02 mei 2019 was ik belast met de incidentenafhandeling van het werkgebied Maastricht. Ik had dienst samen met verbalisant [naam1] . Wij reden in een opvallend dienstvoertuig over de Akersteenweg te Maastricht, komende uit de richting van de Kennedybrug te Maastricht. Wij reden met ons dienstvoertuig op de Akersteenweg en naderden het kruispunt met de Dorpstraat aan de rechterzijde en de Burgemeester Cortenstraat aan de linkerzijde. Ik zag voorts twee voertuigen vlak na elkaar vanuit de Dorpstraat linksaf de Akersteenweg oprijden. Hierbij werd door beide bestuurders van de voertuigen gehandeld in strijd met bord D4 RVV 1990. Hierdoor hebben wij een keuze gemaakt waarbij wij het andere voertuig een stopteken hebben gegeven en het voertuig genoemd in het bezwaarschrift niet. Beide voertuigen kwamen ons tegemoet gereden op de Akersteenweg. Een van beide voertuigen betrof het voertuig zoals genoemd in de bekeuring. Er werd op dat moment niet door ons een foto gemaakt van het betreffende voertuig. Hier was geen mogelijkheid toe, daar er door de aanwezige bebouwing geen vrij zicht is op het kruispunt voordat de gedraging wordt gepleegd en hiermee wordt geconstateerd. Op het moment dat ik mijn diensttelefoon uit mijn broekzak haalde, was de personenauto reeds ons tegemoet gereden en gepasseerd op de tegemoetkomende baan. Het kenteken welke door dit voertuig werd gevoerd werd door mij direct in MEOS2 van de diensttelefoon ingevuld waarna de bekeuring werd uitgeschreven. Bij iedere uitgeschreven bekeuring controleer ik weergegeven data zoals in deze situatie het merk, kleur en type van het voertuig. (…) Ik sprak verbalisant [naam1] nog over het voorval. Hij kon zich dit niet meer herinneren.”
5. Gelet op de stukken in het dossier en de verklaring van de betrokkene, is bij het hof gerede twijfel ontstaan of de gedraging is verricht met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De betrokkene heeft gedurende de procedure aangegeven dat hij en zijn vrouw vanaf 29 april 2019 een week in een vakantiebungalow in Beekbergen zijn geweest. Ter onderbouwing van die stelling heeft de betrokkene een overzicht gegeven van hun activiteiten die week en daarbij prints van hun rekeningafschrift van de Rabobank overgelegd. Hieruit blijkt onder meer dat op 2 mei 2019 om 11:51 uur met de bankpas van de betrokkene(n) is afgerekend in een winkel in Loenen, op ongeveer twee uur rijden van Maastricht. Alhoewel dat de mogelijkheid open laat dat de betrokkene zijn auto had uitgeleend, acht het hof dat niet aannemelijk. De betrokkene heeft namelijk ook consequent aangegeven dat de auto stond geparkeerd op een eigen parkeerstrook voor de bungalow. Het hof laat daarnaast een rol spelen dat in het (openbaar te raadplegen) kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW) meerdere voertuigen van het merk Renault, type Scenic zijn ingeschreven waarvan het kenteken slechts 1 karakter verschilt van het kenteken van het voertuig van de betrokkene. Nu de waarneming van de ambtenaar slechts lijkt te zijn gebaseerd op het kenteken, de kleur en het merk van het voertuig, terwijl de ambtenaar die gegevens pas kon invoeren nadat het voertuig hem al was gepasseerd en op het moment dat hij de bestuurder van een ander voertuig staande hield, kan - mede in het licht van wat hiervoor is overwogen - niet helemaal worden uitgesloten dat de ambtenaar een vergissing heeft gemaakt.
6. Nu niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.