Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- het beroepschrift met producties 1 en 2, ingekomen op 18 februari 2021;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep met producties 1 tot en met 7, en
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep met producties 3 en 4.
- het beroepschrift met producties 1 tot en met 5, ingekomen op 21 juli 2021;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep, en
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep met producties.
- een journaalbericht van mr. Nijenhuis-Kloosterboer van 21 oktober 2021 met producties;
- een e-mailbericht van mr. Nijenhuis-Kloosterboer van 28 oktober 2021 met als productie spreekaantekeningen, en
- een e-mailbericht van mr. Kok van 28 oktober 2021 met producties en spreekaantekeningen.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
- een journaalbericht van mr. Kok van 12 november 2021 en
- een journaalbericht van mr. Nijenhuis-Kloosterboer van 15 november 2021.
3.De feiten
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2007 te [plaats1] ;
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2009 te [plaats2] en
- [de minderjarige3] , geboren [in] 2014 te [plaats3] .
4.Het geschil
- de partneralimentatie met ingang van 1 januari 2020 op nihil te bepalen, althans met ingang van een datum en met een bedrag als het hof juist acht;
- te bepalen dat hij met ingang van 1 januari 2020 als kinderalimentatie een bedrag van € 92,- per kind per maand moet voldoen, althans met een bedrag en met ingang van een datum als het hof juist acht.
5.De overwegingen voor de beslissing
- het subsidiaire zelfstandige verzoek in eerste aanleg van de vrouw (5.2);
- de ingangsdatum van de nihilstelling van de partneralimentatie (5.3 – 5.5);
- de kinderalimentatie met als deelonderwerpen:
- de conclusie (5.19) en
- het bewijsaanbod (5.20 – 5.21).
- de werkelijke woonlast van de man bedraagt € 1.225,- per maand;
- de man beschikt over meer draagkracht voor kinderalimentatie indien wordt aangesloten bij zijn werkelijke woonlasten, en
- de maximale draagkracht van de vrouw bedraagt € 50,- per maand.