De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de kinderrechter die haar vier minderjarige kinderen onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling. De moeder betwistte de ondertoezichtstelling en voerde aan dat de kinderen niet bedreigd worden in hun ontwikkeling en dat zij vrijwillig hulpverlening accepteert.
Het hof heeft het dossier en de mondelinge behandeling bestudeerd, waarbij ook twee minderjarige kinderen zijn gehoord. De vader is niet meer in het gezin aanwezig vanwege een ernstig geweldsdelict waarvoor hij in detentie zit. De moeder en de kinderen hebben te maken gehad met een angstige en bedreigende situatie in de buurt.
Hoewel de kinderen aangeven dat het goed gaat, constateert het hof dat er onvoldoende zicht is op de emotionele gevolgen van de gebeurtenissen en dat hulpverlening noodzakelijk is om verdere schade te voorkomen. De moeder heeft inmiddels haar medewerking toegezegd. Het hof acht het gedwongen kader van een ondertoezichtstelling noodzakelijk om de juiste hulpverlening te kunnen waarborgen.
Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking van de kinderrechter en bevestigt de ondertoezichtstelling tot 30 december 2021. De beslissing is genomen in het belang van de kinderen en ter bevordering van hun gezonde ontwikkeling.