Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de beschikking van de rechtbank Overijssel vernietigd en opnieuw beslist over de omgangsregeling tussen de vader en zijn minderjarige kind. Het hof bevestigt dat de ouders zullen deelnemen aan omgangsbegeleiding via een professionele instantie, het omgangshuis [naam1], waarbij de vader en het kind eenmaal per maand onder begeleiding contact zullen hebben. Daarnaast is tussentijds contact via Skype afgesproken.
De moeder heeft zich verzet tegen omgang en heeft geen medewerking verleend aan het eerder door de rechtbank vastgestelde stappenplan. Het hof acht het daarom noodzakelijk een dwangsom op te leggen om de medewerking van de moeder aan het omgangstraject te waarborgen. De dwangsom bedraagt €350 per keer dat zij niet meewerkt, met een maximum van €10.000.
Het hof wijst het verzoek van de vader om de procedure aan te houden af, gezien de lange duur van het traject bij het omgangshuis en de gemaakte afspraken over tussentijds contact. Tevens wordt opgemerkt dat bij uitblijven van omgang en verbetering in oudercommunicatie een zorgmelding en kinderbeschermingsmaatregel kunnen volgen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.
Uitkomst: Het hof legt een dwangsom op aan de moeder voor het naleven van de omgangsregeling en deelname aan omgangsbegeleiding.