Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader en moeder zijn gescheiden ouders van vijf minderjarige kinderen die bij de moeder wonen. De omgangsregeling werd bij beschikking van de rechtbank gewijzigd, maar de vader is deze regeling ruim een jaar niet nagekomen. De vader verzocht het hof om de omgangsregeling te wijzigen zodat hij maandelijks omgang heeft met de kinderen, waarbij hij de kinderen in twee groepen om de maand zou zien. De moeder verzocht om een omgangsregeling met een dwangsom om naleving af te dwingen, met aanpassingen in tijdstippen en vakantieverdeling.
Tijdens de mondelinge behandeling is getracht overeenstemming te bereiken, waarbij ouders het eens werden over één weekend per maand omgang met alle kinderen samen, maar onenigheid bleef over aanvangstijd en vakanties. Het hof stelde een omgangsregeling vast waarbij de kinderen elk tweede weekend van de maand van zaterdag 9.30 uur tot zondag 19.30 uur bij de vader verblijven, inclusief een regeling voor de zomervakantie en kerstvakantie. Gezien het verleden en het ontbreken van omgang sinds eind 2020, legde het hof een dwangsom op van €150 per keer dat de vader niet aan de regeling voldoet, met een maximum van €5.000.
De kosten van de procedure in eerste aanleg en hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof stelde de nieuwe omgangsregeling vast met de dwangsom ter bevordering van naleving.
Uitkomst: Het hof wijzigt de omgangsregeling en legt een gematigde dwangsom op aan de vader om nakoming te verzekeren.