ECLI:NL:GHARL:2021:11447

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 december 2021
Publicatiedatum
14 december 2021
Zaaknummer
200.287.938/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5 Wahv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor niet rechts houden op autosnelweg ondanks spitsstrookgebruik

De betrokkene kreeg een sanctie van €140 opgelegd wegens het niet zoveel mogelijk rechts houden op de Rijksweg A2 te Born op 22 juli 2019. De betrokkene betwistte de overtreding en stelde dat hij op de middelste rijstrook reed omdat rechts rijden vanwege een doorgetrokken streep niet was toegestaan. Tevens werd aangevoerd dat er wel een reële mogelijkheid tot staandehouding was, zodat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder werd opgelegd.

Het hof oordeelde dat de rijstrook rechts, normaal de vluchtstrook, als spitsstrook in gebruik was en dat dit was aangegeven met borden en groene pijlen. Hierdoor was het voor de betrokkene passend om de middelste rijstrook te gebruiken. De overtreding stond vast, mede omdat de betrokkene niet ontkende niet rechts te hebben gereden. De ambtenaar kon vanwege verkeersdrukte slechts één bestuurder staande houden, waardoor de sanctie terecht aan de kentekenhouder werd opgelegd conform artikel 5 Wahv Pro.

De kantonrechter had het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard en het hof bevestigde deze beslissing. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €140 voor het niet zoveel mogelijk rechts houden en wijst het beroep van de betrokkene af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.287.938/01
CJIB-nummer
: 227405576
Uitspraak d.d.
: 14 december 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 3 december 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 juli 2019 om 15:58 uur op de Rijksweg A2 in Born met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gedraging wordt namens de betrokkene betwist. Hiertoe voert de gemachtigde aan dat de betrokkene op de middelste rijstrook reed. Het was niet toegestaan om rechts te rijden in verband met de ter plaatse aangebrachte doorgetrokken streep. De gemachtigde stelt zich verder op het standpunt dat een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond, zodat ten onrechte op kenteken is bekeurd. Het enkele feit dat er meerdere overtredingen plaatsvonden, is volgens de gemachtigde geen aanleiding om af te zien van een staandehouding.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: Ik zag dat de bestuurder de 2e rijstrook volgde over een afstand van ten minste 1000 meter. De rijstrook, welke rechts naast de gevolgde rijstrook was gelegen, was over die afstand geheel vrij van verkeer. Er waren geen omstandigheden die het niet zoveel mogelijk rechts houden noodzaakten. (…).
Reden geen staandehouding: In verband met meerdere gepleegde overtredingen door diverse weggebruikers was het niet mogelijk om alle overtreders staande te houden. (…).”
5. Ook bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar van
17 november 2020, waarin hij onder meer verklaart:
“Op woensdag 22 juli 2020, omstreeks 15:58 uur, zag ik op de autosnelweg A2 ter hoogte van Born binnen de gemeente Sittard-Geleen, dat de bestuurder van een personenauto van het merk Opel, type Corsa en voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken] over de genoemde snelweg reed. Ik zag dat ter plaatse de rijbaan bestond uit drie rijstroken. Ik zag dat de rijstrook die normaliter dient als vluchtstrook nu was aangeduid als spitsstrook. Ik zag dat dit was aangegeven middels borden alsmede meerdere groene pijlen die boven deze rijstrook brandden.
Ik zag dat de bestuurder van het genoemde voertuig over rijstrook 2 reed over een afstand van ongeveer 1000 meter. Ik zag dat rijstrook 3, zijnde de spitsstrook nog altijd geopend was en dat hier minder verkeer reed ten opzichte van rijstrook 1 en 2. Ik zag dat er over een afstand van tenminste 1200 meter geen enkel verkeer over rijstrook 3 reed ter hoogte van de positie waar het betrokken voertuig zich bevond.
Opmerking: rijstrook 3 zijnde spitsstrook was op dat moment geopend gezien de verkeersdrukte, het was namelijk gezien het tijdstip drukker dan normaal op dit stuk autosnelweg. Ik zag dat meerdere bestuurders van diverse voertuigen niet zoveel mogelijk rechts hielden. Derhalve kon de bestuurder van het genoemde voertuig met het Nederlandse kenteken [kenteken] niet worden staande gehouden.”
6. Door de advocaat-generaal is in hoger beroep verder nog een aanvullend proces-verbaal van
1 april 2021 overgelegd, waarin de ambtenaar onder meer het volgende verklaart:
“Ik, [naam1] , kan mij niet meer herinneren in wat voor voertuig ik reed. Ik, [naam1] , weet namelijk niet meer of dit een opvallend of onopvallend voertuig betrof. Wat ik, [naam1] , wel kan verklaren was het voertuig waarin ik dienst deed een dienstvoertuig betrof. Alle dienstvoertuigen van onze afdeling zijn voorzien van stopmiddelen.
Door mij, [naam1] , is destijds in het proces-verbaal opgenomen dat: ‘In verband met meerdere gepleegde overtredingen door diverse weggebruikers was het niet mogelijk om alle overtreders staande te houden’.
Bovenstaande betekent dat er op dat moment meerdere voertuigen / bestuurders dezelfde overtreding of een andere (zwaardere) overtreding pleegde. Daar het niet mogelijk was om al deze voertuigen / bestuurders tegelijkertijd en op een veilige plek wijze staande te houden, is er door mij, [naam1] , besloten om een (1) voertuig daadwerkelijk staande te houden. De overige voertuigen waaronder het voertuig voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken] , werden door mij, [naam1] , op kenteken bekeurd.”
7. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokken niet ontkent dat hij ter plaatse niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
8. De gemachtigde stelt dat de betrokkene niet rechts mocht rijden in verband met de ter plaatse aangebrachte doorgetrokken streep. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat ten tijde van de gedraging de rijstrook die normaliter dient als vluchtstrook in gebruik was als spitsstrook, hetgeen was aangegeven middels borden alsmede door middel van meerdere groene pijlen die boven deze rijstrook brandden. Onder deze omstandigheden had het op de weg van de betrokkene gelegen om gebruik te maken van de spitsstrook. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd dan ook geen omstandigheden die het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken, dan wel matiging van de sanctie rechtvaardigen.
9. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
10. Uit de verklaring van de ambtenaar moet worden afgeleid dat het ten tijde van het uitvoeren van de controle zodanig druk was dat hij niet iedereen die een gedraging verrichtte heeft kunnen staande houden. Dit vormt voldoende grond voor de conclusie dat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding van de bestuurder. De sanctie is derhalve terecht met toepassing van het bepaalde in artikel 5 van Pro de Wahv aan de kentekenhouder opgelegd.
11. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen.
12. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.