ECLI:NL:GHARL:2021:11559

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 december 2021
Publicatiedatum
16 december 2021
Zaaknummer
Wahv 200.273.633/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Artikel 2, derde lid, Besluit proceskosten bestuursrechtArtikel 11 Wahv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs stilstand op trottoir

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het stilstaan op het trottoir met een voertuig op 29 november 2018 in Amsterdam. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het gerechtshof.

De betrokkene stelde dat de locatie een inrit betrof en niet een trottoir, en dat de foto’s van de scanauto te donker waren om vast te stellen dat het voertuig op het trottoir stond. Het hof oordeelde dat de foto’s onvoldoende bewijs boden om de overtreding vast te stellen.

Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de zekerheidstelling aan de betrokkene gerestitueerd moet worden. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.148,50.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens stilstand op het trottoir wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.273.633/01
CJIB-nummer
: 222080423
Uitspraak d.d.
: 16 december 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 16 december 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “niet de rijbaan gebruiken door stil te staan op het trottoir, voetpad, (brom)fietspad of ruiterpad”. Deze gedraging zou zijn verricht op 29 november 2018 om 20.04 uur op de Bos en Lommerweg in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat op de desbetreffende locatie geen sprake lijkt te zijn van een trottoir, maar van een inrit. Een inrit is een ander weggedeelte in de zin van artikel 10 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 dat niet is bestemd voor het verkeer van voetgangers. De gedraging staat onvoldoende vast, nu de foto’s dusdanig onleesbaar zijn dat daaruit niet volgt dat de rijbaan niet zou zijn gebruikt. Het parket CVOM is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de stukken. De vermindering van de kwaliteit van het bewijs door de werkwijze van het parket CVOM dient voor rekening en risico van het parket CVOM te blijven.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast blijkt hieruit dat de gedraging is geconstateerd met behulp van een scanauto.
4. In het dossier bevinden zich foto’s die door de scanauto zijn gemaakt. Tevens heeft de advocaat-generaal in hoger beroep nogmaals de foto’s overgelegd die door de scanauto zijn gemaakt. Voorts heeft de advocaat-generaal foto’s van Google Maps overgelegd. De advocaat-generaal stelt dat het desbetreffende voertuig op dezelfde plek stond als het voertuig dat op de foto’s van Google Maps zichtbaar is.
5. De door de scanauto gemaakte foto’s zijn - mogelijk door het tijdstip op een avond in het najaar - erg donker. Naar het oordeel van het hof kan, anders dan de advocaat-generaal, op grond van deze foto’s niet worden vastgesteld dat het desbetreffende voertuig stilstond op het trottoir. Dat de onderhavige gedraging is verricht, kan derhalve niet worden vastgesteld. De inleidende beschikking kan dan ook niet in stand blijven. Hetgeen overigens is aangevoerd, behoeft geen bespreking meer.
6. Het hof zal, gelet op het voorgaande, de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter zou behoren te doen, namelijk het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie alsmede de inleidende beschikking vernietigen. Tevens zal het hof bepalen dat het bedrag van de zekerheidstelling aan de betrokkene dient te worden gerestitueerd.
7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 534,- en voor het (hoger) beroep € 748,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.148,50 ( = 1,5 x € 534,- x 0,5 + 2 x € 748,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1.148,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.