Uitspraak
hij op of omstreeks 16 oktober 2013 in de gemeente [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, althans aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 10 kilogram, althans een grote hoeveelheid, hennep, zijnde hennep een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
hij op of omstreeks 30 januari 2014 in de gemeente [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, althans aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 9 kilogram, althans een grote hoeveelheid, hennep, zijnde hennep een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 3 maart 2014 tot en met 4 maart 2014 in de gemeente [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd en/of verstrekt een hoeveelheid van ongeveer 53 kilogram, althans een grote hoeveelheid, hennep, zijnde hennep een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 3 maart 2014 tot en met 4 maart 2014 in de gemeente [gemeente] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk te verkopen, af te leveren en/of te verstrekken een hoeveelheid van ongeveer 53 kilogram, althans een grote hoeveelheid, hennep, zijnde hennep een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, met een of meer van zijn mededaders, althans alleen,
hij in of omstreeks de periode van 3 maart 2014 tot en met 4 maart 2014 in de gemeente [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd en/of aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van ongeveer 53 kilogram, althans een grote hoeveelheid, hennep, zijnde hennep een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
hij op of omstreeks 4 maart 2014 in de gemeente [gemeente] , aan de [adres 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
5.A.
Standpunt verdediging
Standpunt advocaat-generaal
Oordeel hof
- 420bis lid 1 Wetboek van Strafrecht
- 420ter Wetboek van Strafrecht
- 3 lid a, b, c en d in verband met artikel 11 lid Pro 2, 3, 4 en 5 en 11 a van de Opiumwet.
- 420bis lid 1 Wetboek van Strafrecht
- 420ter Wetboek van Strafrecht
- 3 lid a, b, c en d in verband met artikel 11 lid Pro 2, 3, 4 en 5 en 11 a van de Opiumwet.”
“ [verdachte] had ze naar mij gestuurd om daar met hen te praten. Ik wist dat ze kwamen, dat had [verdachte] verteld. Ik liet ze binnen. Ik heb thee gezet en toen later kwam [verdachte] .”Ook uit de verklaring van [getuige 5] blijkt dat alles was geregeld door de familie [naam broers] en dat verdachte de baas was.
hij op 16 oktober 2013 in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht een hoeveelheid van ongeveer 10 kilogram hennep, zijnde hennep een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II;
hij op 30 januari 2014 in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht een hoeveelheid van ongeveer 9 kilogram hennep, zijnde hennep een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II;
hij in de periode van 3 maart 2014 tot en met 4 maart 2014 in de gemeente [gemeente] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk te verkopen een hoeveelheid van ongeveer 53 kilogram hennep, zijnde hennep een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, met een of meer van zijn medeverdachten,
hij op 4 maart 2014 in de gemeente [gemeente] , aan de [adres 1] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
5.A.
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden.