Uitspraak
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 3 maart 2014 tot en met 4 maart 2014 in de gemeente [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd en/of verstrekt een hoeveelheid van ongeveer 53 kilogram, althans een grote hoeveelheid, hennep, zijnde hennep een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 3 maart 2014 tot en met 4 maart 2014 in de gemeente [gemeente] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk te verkopen, af te leveren en/of te verstrekken een hoeveelheid van ongeveer 53 kilogram, althans een grote hoeveelheid, hennep, zijnde hennep een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, met een of meer van zijn mededaders, althans alleen,
hij in of omstreeks de periode van 3 maart 2014 tot en met 4 maart 2014 in de gemeente [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd en/of aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van ongeveer 53 kilogram, althans een grote hoeveelheid, hennep, zijnde hennep een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
hij op of omstreeks 4 maart 2014 in de gemeente [gemeente] , aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van ongeveer 15,991 kilogram, althans een grote hoeveelheid, hennep,
hij op of omstreeks 4 maart 2014 in de gemeente [gemeente] , aan de [adres 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
Standpunt verdediging
Standpunt advocaat-generaal
Oordeel hof
- 420bis lid 1 Wetboek van Strafrecht
- 420ter Wetboek van Strafrecht
- 3 lid a, b, c en d in verband met artikel 11 lid Pro 2, 3, 4 en 5 en 11 a van de Opiumwet.
- 420bis lid 1 Wetboek van Strafrecht
- 420ter Wetboek van Strafrecht
- 3 lid a, b, c en d in verband met artikel 11 lid Pro 2, 3, 4 en 5 en 11 a van de Opiumwet.”
€ 69.237,39 ten gunste van [medeverdachte 2] ( [geboortedatum] ), [adres 2] [gemeente] , vanwege de aflossing van een hypothecaire schuld van de verkoper (akte 29/12/2003).
Overweging met betrekking tot het bewijs van het in de zaak met parketnummer
18-950017-17 onder 2 tenlastegelegde
Bewezenverklaring
hij in de periode van 3 maart 2014 tot en met 4 maart 2014 in de gemeente [gemeente] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk te verkopen een hoeveelheid van ongeveer 53 kilogram hennep, zijnde hennep een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, met een of meer van zijn medeverdachten,
hij op 4 maart 2014 in de gemeente [gemeente] , aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van ongeveer 15,770 kilogram hennep, zijnde hennep een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Beslag
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
360 (driehonderdzestig) dagen.
212 (tweehonderdtwaalf) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: