ECLI:NL:GHARL:2021:11771

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 december 2021
Publicatiedatum
23 december 2021
Zaaknummer
P21/0310
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3 Wet forensische zorgArt. 38 lid 5 Wetboek van StrafrechtArt. 38a Wetboek van StrafrechtArt. 3:2 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorgArt. 6:1:19 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep terbeschikkingstelling met voorwaarden en zorgmachtiging

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van een terbeschikkinggestelde tegen een beslissing van de rechtbank Overijssel die een bevel tot verpleging van overheidswege had uitgesproken. Het hof baseerde zich op diverse rapportages, waaronder Pro Justitia-rapporten van psychiaters en een reclasseringsrapportage, waarin werd geconcludeerd dat voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet passend was en dat een zorgmachtiging een beter passend alternatief zou zijn.

De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman voerden aan dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet langer bestond door de afgifte van een zorgmachtiging, en dat het openbaar ministerie daarom niet ontvankelijk zou zijn. Het openbaar ministerie stelde daarentegen dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden naast een zorgmachtiging kan bestaan en dat de termijn van de maatregel door de zorgmachtiging wordt opgeschort.

Het hof oordeelde dat de zorgmachtiging inderdaad leidt tot opschorting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden en verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk. Het hof achtte zich echter onvoldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het beroep en besloot het onderzoek te heropenen en voor onbepaalde tijd te schorsen, in afwachting van informatie over de lopende voorbereidingsprocedure voor een zorgmachtiging op grond van de Wet forensische zorg.

De advocaat-generaal werd verzocht het hof te informeren over de uitkomst van deze procedure. Het hof benadrukte dat de terbeschikkinggestelde recht heeft op passende zorg, waarbij een zorgmachtiging als het meest passend werd gezien gezien zijn autisme en verstandelijke beperking.

Uitkomst: Het hof heropent het onderzoek en schorst het voor onbepaalde tijd in afwachting van informatie over de zorgmachtigingsprocedure.

Uitspraak

TBS P21/0310
Beslissing van 16 december 2021
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
verblijvende in [psychiatrisch centrum] ,
verder te noemen terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 3 juni 2021. Deze beslissing houdt in het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Het hof heeft gelet op de stukken waarop de rechtbank haar beslissing heeft gebaseerd en daarnaast onder meer op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 10 juni 2021 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- de Pro Justitia rapportages van 31 augustus 2021 ( [psychiater 1] , psychiater) en van 15 november 2021 ( [psychiater 2] , psychiater);
- de reclasseringsrapportage van 13 oktober 2021 en de e-mail van de reclassering van 11 november 2021;
- de e-mail van de raadsman van 1 december 2021.
Het hof heeft ter zitting van 2 december 2021 gehoord de advocaat-generaal
mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman
mr. A.R. Ytsma, advocaat te Haarlem.
Het hof heeft ter zitting tevens gehoord
[reclasseringswerker] , reclasseringswerker.

Overwegingen:

De reclasseringsrapportage van 13 oktober 2021 en de deskundige ter zitting
Gezien het verloop van het traject in combinatie met de omstandigheden dat er geen overeenstemming met de terbeschikkinggestelde is over de noodzaak tot behandeling en het gebruik van medicatie, de onbetrouwbaarheid van de terbeschikkinggestelde in de samenwerking met de reclassering en het varen van een eigen koers, concludeert de reclassering dat voortzetting van het huidig kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet (langer) passend is. Overwogen kan worden om de mogelijkheden voor afgifte van een zorgmachtiging en de toereikendheid daarvan te onderzoeken. De deskundige heeft dit standpunt ter zitting bevestigd en aangegeven dat de reclassering niet verder kan binnen het huidig kader. Er is op dit moment geen inhoudelijke invulling van de maatregel mogelijk.
De Pro Justitia rapportage
Psychiater [psychiater 2] concludeert dat het gevaar, de aard van het gevaar, de ernst en de kans op herhaling van een soortgelijk delict als het indexdelict bij een jongeman als de terbeschikkinggestelde met autisme en een verstandelijke beperking niet hoeft te leiden tot een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Er dient te worden gezocht naar een passende woonvorm met 24-uurs zorg voor mensen met autisme en een verstandelijke beperking. Daar moet de terbeschikkinggestelde bij voorkeur de beschikking hebben over een eigen appartement, met voortdurend de beschikbaarheid van zorg en dagactiviteiten zijn belangrijk. Een zorgmachtiging volgens de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is naar de mening van de psychiater de best passende maatregel om te zorgen dat de terbeschikkinggestelde zijn antipsychoticum blijft gebruiken, urinecontroles toestaat en indien nodig opgenomen kan worden op een gesloten afdeling binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven dat hij verpleging van overheidswege te zwaar vindt en dat hij denkt met een zorgmachtiging de juiste hulp te kunnen krijgen. Hij zou graag handvaten willen krijgen bij het omgaan met zijn problematiek. De raadsman heeft ter zitting aangevoerd dat eerst de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie aan de orde is. Primair stelt de raadsman dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet langer bestaat, aangezien de maatregel beëindigd is door het verlenen van een zorgmachtiging. . Uit artikel 6:1:19 van Pro het Wetboek van Strafvordering volgt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden en de zorgmachtiging niet naast elkaar kunnen bestaan. Zodra de zorgmachtiging was verleend, bestond de terbeschikkingstelling met voorwaarden daarom niet meer. Het openbaar ministerie is gelet daarop niet-ontvankelijk in het verzoek tot omzetting van de niet meer bestaande terbeschikkingstelling met voorwaarden. Subsidiair stelt de raadsman dat, indien de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden wel doorliep toen de zorgmachtiging van kracht was, de einddatum van deze maatregel op 20 mei 2021 was en de vordering van het openbaar ministerie derhalve te laat is ingediend. Ook dan is de conclusie dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is. Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht om vernietiging van de beslissing van de rechtbank en om afwijzing van de vordering.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevraagd om aanhouding van de zaak in afwachting van de uitkomst van de (voorbereidings)procedure omtrent de zorgmachtiging. In dat kader moet worden onderzocht of een zorgmachtiging een reëel alternatief is. De advocaat-generaal acht het van belang hierover te zijn voorgelicht alvorens een standpunt in te nemen over het al dan niet toewijzen van de vordering. Omzetting naar verpleging van overheidswege is mogelijk gelet op het overtreden van de voorwaarden, maar het is de vraag of omzetting ook geboden is.
Ten aanzien van de vraag of het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vordering tot omzetting stelt de advocaat-generaal dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden kan bestaan naast een zorgmachtiging. Een zorgmachtiging wordt verleend voor zorg die niet in een vrijwillig kader kan worden verleend. Wanneer sprake is van een opname in een instelling als onderdeel van de zorgmachtiging, dan wordt de terbeschikkingstelling met voorwaarden opgeschort en loopt de termijn niet door. Er is dan ook geen sprake van een verlopen termijn.
Oordeel van het hof
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de stelling van de raadsman dat het verlenen van een zorgmachtiging ingevolge de Wvggz moet leiden tot beëindiging dan wel juist het doorlopen van de termijn van de terbeschikkingstelling, geen steun vindt in de wet.
Bij een terbeschikkingstelling met voorwaarden is het noodzakelijk dat de terbeschikkinggestelde zich bereid heeft verklaard tot medewerking aan de voorwaarden (artikel 38 lid 5 van Pro het Wetboek van Strafrecht). Een van die voorwaarden kan zijn dat de terbeschikkinggestelde zich in een door de rechter aangewezen instelling laat opnemen (artikel 38a van het Wetboek van Strafrecht). Hoewel aangewezen, betreft dit geen vorm van gedwongen vrijheidsbeneming. Indien tijdens deze opname wel gedwongen zorg nodig is, kan op grond van artikel 3:2 Wvggz Pro een zorgmachtiging worden verleend, waarin verplichte vormen van zorg kunnen worden bepaald, zoals opname in een accommodatie.
Een zorgmachtiging waarbij deze verplichte vorm van zorg is bepaald - zoals in casu het geval - dient te worden beschouwd als rechtens vrijheid ontnemen in de zin van artikel 6:1:19, lid 1 sub b van het Wetboek van Strafvordering. In deze bepaling is geregeld dat de termijn van de terbeschikkingstelling niet loopt gedurende de tijd dat de ter beschikking gestelde met voorwaarden rechtens zijn vrijheid is ontnomen. Bij afgifte van een zorgmachtiging, zoals aan de terbeschikkinggestelde is verleend, wordt de terbeschikkingstelling met voorwaarden derhalve opgeschort. De termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden loopt derhalve niet door, waardoor in deze zaak geen sprake is van een niet langer bestaande maatregel of van een niet tijdig ingestelde vordering. Het openbaar ministerie is dan ook ontvankelijk.
Aanhouding
Met de advocaat-generaal acht het hof zich op basis van de aanwezige informatie onvoldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het hof is van oordeel dat er op dit moment onvoldoende duidelijk is omtrent de mogelijkheid van de afgifte van een zorgmachtiging op basis van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg. Voor de vorming van zijn eindoordeel acht het hof het noodzakelijk dat het geïnformeerd wordt over de uitkomst van de thans lopende voorbereidingsprocedure voor een zorgmachtiging. Het hof zal daartoe het onderzoek heropenen en het onderzoek voor onbepaalde tijd schorsen. Het hof verzoekt de advocaat-generaal om het hof te informeren over de uitkomst van deze procedure.

Tussenbeslissing

Het hof:
Heropenthet onderzoek met voormeld doel en
schorsthet onderzoek voor
onbepaalde tijd, maar voor niet meer dan drie maanden
;
Verzoektde advocaat-generaal het hof tijdig te informeren als hiervoor vermeld;
Beveelt de
oproepingvan de
terbeschikkinggesteldetegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving hiervan aan de
raadsman.
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels als voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. M.J. Vos als raadsheren,
en dr. P.K.J. Ronhaar en drs. D.M.L. Versteijnen als raden,
in tegenwoordigheid van mr. M.A. Valé als griffier,
en op 16 december 2021 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.