Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van een terbeschikkinggestelde tegen een beslissing van de rechtbank Overijssel die een bevel tot verpleging van overheidswege had uitgesproken. Het hof baseerde zich op diverse rapportages, waaronder Pro Justitia-rapporten van psychiaters en een reclasseringsrapportage, waarin werd geconcludeerd dat voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet passend was en dat een zorgmachtiging een beter passend alternatief zou zijn.
De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman voerden aan dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet langer bestond door de afgifte van een zorgmachtiging, en dat het openbaar ministerie daarom niet ontvankelijk zou zijn. Het openbaar ministerie stelde daarentegen dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden naast een zorgmachtiging kan bestaan en dat de termijn van de maatregel door de zorgmachtiging wordt opgeschort.
Het hof oordeelde dat de zorgmachtiging inderdaad leidt tot opschorting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden en verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk. Het hof achtte zich echter onvoldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het beroep en besloot het onderzoek te heropenen en voor onbepaalde tijd te schorsen, in afwachting van informatie over de lopende voorbereidingsprocedure voor een zorgmachtiging op grond van de Wet forensische zorg.
De advocaat-generaal werd verzocht het hof te informeren over de uitkomst van deze procedure. Het hof benadrukte dat de terbeschikkinggestelde recht heeft op passende zorg, waarbij een zorgmachtiging als het meest passend werd gezien gezien zijn autisme en verstandelijke beperking.