ECLI:NL:GHARL:2021:1187
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- R.W. van Zuijlen
- A. Smeeing-van Hees
- M.L. Plas
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van belediging wegens onvoldoende bewijs na beoordeling camerabeelden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het vonnis van de kinderrechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van belediging. De zaak betrof een incident op of omstreeks 24 april 2020 te Amersfoort waarbij verdachte werd beschuldigd van het beledigen van de benadeelde met grove scheldwoorden en het spugen in haar richting.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof de ter zitting getoonde camerabeelden beoordeeld. Deze beelden ondersteunen de verklaring van verdachte dat hij direct is weggelopen nadat de benadeelde haar fiets had neergezet en afstand heeft genomen van het incident. Hierdoor is niet komen vast te staan dat verdachte de beledigingen heeft geuit of heeft gespuugd richting de benadeelde.
De advocaat-generaal en de raadsman van verdachte hebben beiden vrijspraak gevorderd en gepleit. Het hof heeft geoordeeld dat op basis van de wettige bewijsmiddelen, waaronder de camerabeelden, onvoldoende overtuiging bestaat dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde is daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof heeft het vonnis van de kinderrechter vernietigd en opnieuw recht gedaan door verdachte vrij te spreken en de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar schadevordering.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van belediging wegens onvoldoende bewijs ondersteund door camerabeelden.