ECLI:NL:GHARL:2021:11893

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 december 2021
Publicatiedatum
28 december 2021
Zaaknummer
Wahv 200.252.180/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen bestuurlijke sanctie parkeren op trottoir voor inrit

De betrokkene werd een bestuurlijke sanctie van €95 opgelegd wegens het parkeren met een stilstaand voertuig op de rijbaan, specifiek op het trottoir voor een inrit op de Saturnusstraat in Hardinxveld-Giessendam. De betrokkene voerde aan dat de locatie onjuist was vermeld en dat er een lex specialis gold voor parkeren voor een in- of uitrit, wat niet was toegepast.

De kantonrechter had het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het hof stelde echter vast dat de beslissing van de officier van justitie onvoldoende gemotiveerd was, omdat niet was ingegaan op de aangevoerde gronden van locatie en lex specialis. Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en die van de officier van justitie.

Bij de beoordeling van het beroep tegen de inleidende beschikking stelde het hof vast dat het voertuig op het trottoir voor een inrit geparkeerd stond. De ambtenaar had de keuze om een sanctie op te leggen voor een van beide gedragingen. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een generalis/specialis-verhouding tussen de overtredingen, waardoor de verweren tegen de beschikking geen doel treffen.

Het hof verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het arrest werd gewezen door rechter Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: Het beroep tegen de inleidende beschikking wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.252.180/01
CJIB-nummer
: 214259634
Uitspraak d.d.
: 28 december 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 19 december 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat de beslissing van de officier van justitie onvoldoende is gemotiveerd en dat de kantonrechter dit heeft miskend. De officier van justitie is niet ingegaan op de gronden ‘locatie onjuist’ en ‘lex specialis’ die op 24 mei 2018 zijn ingediend.
2. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in administratief beroep onder andere heeft aangevoerd dat het voertuig voor een in- en uitrit stond geparkeerd en dat hiervoor een lex specialis is die had moeten worden toegepast. De officier van justitie is in de beslissing niet ingegaan op deze grond. Hoewel de officier van justitie niet gehouden is op ieder argument expliciet en uitgebreid in te gaan, moet een betrokkene wel in grote lijnen uit de beslissing kunnen opmaken waarom de aangevoerde bezwaren geen doel treffen. Dat is hier niet het geval. De beslissing van de officier van justitie is onvoldoende inzichtelijk gemotiveerd. De kantonrechter heeft dit miskend. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en ook die beslissing vernietigen. Ter beoordeling van het hof staat nu het beroep tegen de inleidende beschikking.
3. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “met een stilstaand voertuig niet de rijbaan gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 februari 2018 om 2:35 uur op de Saturnusstraat in Hardinxveld-Giessendam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
4. De gemachtigde voert aan dat de in de inleidende beschikking vermelde straat onjuist is. Op de Saturnusstraat in Hardinxveld-Giessendam zijn helemaal geen in- of uitritten. Dit is zichtbaar op Google Maps Streetview. De foto van Google Maps Streetview die de advocaat-generaal overgelegd heeft, is niet van de Saturnusstraat, maar van een verbinding tussen de Saturnusstraat en de Neptunusstraat. De locatie is nog niet altijd niet duidelijk. Daarnaast voert de gemachtigde aan dat het voertuig niet op het trottoir stond, maar voor een in- of uitrit. Daar is een lex specialis voor, welke toegepast had moeten worden. De gemachtigde verwijst hierbij naar een arrest van het hof van 11 juli 2017 (ECLI:NL:GHARL:2017:6066).
5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Het voertuig stond geparkeerd op een weggedeelte dat is bestemd voor het verkeer van voetgangers, zijnde een voetpad c.q. trottoir. Ik heb geen voor dat gebied geldige ontheffing waargenomen.”
7. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 10 april 2018. De ambtenaren verklaren hierin het volgende:
“De gedraging betreft parkeren op het trottoir. De locatie van de overtreding betreft een straat waarbij aan beide zijden van de weg geparkeerd wordt. Aan de rechterzijde van de straat, waar ook de garageboxen staan, ligt een trottoir. Doordat er op het trottoir geparkeerd wordt, is het niet mogelijk voor een brandweervoertuig om door de straat te kunnen rijden. In het verleden zijn vaker waarschuwingsbrieven geschreven en sinds lange tijd wordt er nu geverbaliseerd. Hiervan zijn de bewoners op de hoogte.”
8. Het dossier bevat verder een foto van de gedraging. Deze is vrij donker, maar wel is te zien dat het voertuig voor een witte garagedeur staat en dat er rechts van de garagebox een betonnen rand is. Dit komt overeen met de locatie waarvan de advocaat-generaal een foto van Google Maps Streetview heeft overgelegd. Op deze foto is te zien dat zich naast de garagebox een trottoir bevindt.
9. De gemachtigde heeft niet aannemelijk gemaakt dat de plaatsaanduiding onjuist is. De gemachtigde stelt dat de pleeglocatie een verbinding tussen de Saturnusstraat en de Neptunusstraat is, maar dat deze locatie niet tot de Saturnusstraat behoort, is niet gebleken. Verder blijkt uit dit verweer van de gemachtigde dat het de gemachtigde (inmiddels) ook duidelijk is waar de gedraging exact is verricht en waartegen hij zich dient te verdedigen.
10. Gelet op de verklaring van de ambtenaar en de foto’s stelt het hof vast dat het voertuig op het trottoir geparkeerd stond voor een inrit. In een situatie als deze, waarin het voertuig én op het trottoir én voor een inrit geparkeerd stond, is het aan de ambtenaar om een keuze te maken of hij voor beide gedragingen een sanctie oplegt dan wel voor een daarvan. In dat laatste geval staat het hem vrij te kiezen voor welke gedraging hij de sanctie oplegt. Anders dan het arrest waar de gemachtigde naar verwijst, is hier geen sprake van een algemene en een specifieke gedraging.
11. Gelet op het voorgaande treffen de verweren tegen de inleidende beschikking geen doel. Het hof zal het beroep tegen de inleidende beschikking daarom ongegrond verklaren.
12. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.