ECLI:NL:GHARL:2021:11913

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 december 2021
Publicatiedatum
29 december 2021
Zaaknummer
Wahv 200.282.948/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging administratieve sanctie wegens schending vertrouwensbeginsel bij dubbel parkeren

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €95 opgelegd voor dubbel parkeren op 3 augustus 2019 in Utrecht. Hij stelde dat hij toestemming had gekregen van toezichthouders om tijdelijk te parkeren vanwege een spoedeisende lading naar de vuilstort.

De toezichthouders waren ter plaatse aanwezig en hadden volgens de betrokkene toestemming gegeven, maar de ambtenaar die de sanctie oplegde was hiervan niet op de hoogte. Het hof stelde vast dat het voertuig daadwerkelijk op de rijbaan stond en andere voertuigen blokkeerde, maar dat de betrokkene niet ontkende te hebben geparkeerd.

Vanwege het ontbreken van nadere informatie van handhaving ondanks verzoeken en het feit dat de betrokkene consistent toestemming had gesteld te hebben gekregen, oordeelde het hof dat het opleggen van de sanctie niet billijk was. Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking, en verklaarde het beroep gegrond.

Uitkomst: De administratieve sanctie wegens dubbel parkeren wordt vernietigd wegens schending van het vertrouwensbeginsel.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.282.948/01
CJIB-nummer
: 227626683
Uitspraak d.d.
: 29 december 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 13 juli 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “dubbel parkeren”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 augustus 2019 om
16:16 uur op de Marco Pololaan in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene stelt dat de sanctie ten onrechte is opgelegd. Hiertoe voert de betrokkene aan dat hij het voertuig wilde parkeren om te gaan laden. Op dat moment werd hij aangesproken door ter plaatse aanwezige toezichthouders. Zij gaven de betrokkene toestemming om tijdelijk op de bewuste locatie te parkeren, aangezien de betrokkene haast had om de lading naar de vuilstort af te voeren die om 17 uur zou gaan sluiten. De toezichthouders waren op de fiets. Het betrof een blanke man en een licht getinte vrouw, beide halverwege dan wel eind twintig jaar. Kennelijk hebben de toezichthouders en de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd, elkaar gepasseerd waardoor zij niet op de hoogte waren van elkaars afspraken.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: voertuig stond stil op de rijbaan zonder dat er activiteit was bij het voertuig. Voertuig blokkeerde hierdoor andere voertuigen welke in de parkeervakken stonden. (…).
Reden geen staandehouding: geen persoon aanwezig.
Bijlagen: een fotografische opname. (…).”
5. In het dossier bevindt zich verder een Overzicht zaakgegevens Mulder, met daarbij de in het zaakoverzicht bedoelde fotografische opname. Op de foto is te zien dat het voertuig met kenteken
[kenteken] midden op de rijbaan, ter hoogte van enkele parkeervakken, staat geparkeerd. De in de parkeervakken geparkeerde voertuigen worden hierdoor geblokkeerd.
6. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokken niet ontkent dat hij ter plaatse heeft geparkeerd, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Het hof dient, gelet op het gevoerde verweer, te beoordelen of de gedraging is verricht onder omstandigheden die het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken.
7. De betrokkene voert van meet af aan dat hij toestemming had van twee ambtenaren om ter plaatse te parkeren. Indien een ambtenaar deze toestemming heeft gegeven, kan deze in redelijkheid geen gebruik maken van zijn bevoegdheid om een sanctie op te leggen. De advocaat-generaal heeft in het verweerschrift aangegeven dat hij, gelet op de details die de betrokkene heeft gegeven, aanleiding heeft gezien om nadere informatie op te vragen. Afhankelijk van die informatie zal de advocaat-generaal zich beraden over een eventuele intrekking van de sanctie. Ondanks dat van de zijde van het openbaar ministerie meerdere malen is gepoogd om naar aanleiding van het verweer van de betrokkene nadere informatie op te vragen, is de gevraagde informatie tot op heden uitgebleven. Hetgeen door de betrokkene consistent naar voren is gebracht acht het hof op zichzelf niet onaannemelijk. Deze omstandigheden brengen naar het oordeel van het hof mee dat oplegging van een sanctie achterwege dient te blijven.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, te weten het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.