ECLI:NL:GHARL:2021:11921

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 december 2021
Publicatiedatum
29 december 2021
Zaaknummer
Wahv 200.256.618/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 62 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens ontbreken deugdelijke bebording bij snelheidsovertreding

De betrokkene kreeg een sanctie van €103 opgelegd voor het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 12 km/u op 12 juni 2018 op de Ringbaan-Noord te Weert. De betrokkene betwistte de juiste plaatsing van de bebording die de afwijkende maximumsnelheid aangeeft.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof stelde vast dat de door de advocaat-generaal overgelegde foto’s van Google Street View een andere locatie betroffen dan waar de overtreding zou hebben plaatsgevonden. Hierdoor ontbrak het dossier aan voldoende bewijs dat de bebording op de juiste plek en deugdelijk aanwezig was ten tijde van de overtreding.

Het hof oordeelde dat zonder afdoende bewijs van juiste bebording niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Daarom werd de sanctiebeschikking vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van €1335,50.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens snelheidsovertreding wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van juiste bebording.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.256.618/01
CJIB-nummer
: 217745730
Uitspraak d.d.
: 29 december 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 14 februari 2019, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 103,- voor: “overschrijding maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, (verkeersbord A1) met 12 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 juni 2018 om 08:46 uur op de Ringbaan-Noord, kruising Laarderweg richting Ring Noord in Weert met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene de plaatsing van de juiste bebording betwist. In het onderhavige geval geldt een afwijkende maximumsnelheid. Dit betekent dat de bebording door de ambtenaar dient te zijn gecontroleerd en in orde te zijn bevonden, hetgeen de kantonrechter heeft miskend door een verkeerde bewijslast te hanteren.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 85 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 82 km per uur.
Toegestane snelheid: 70 km per uur.
Overschrijding met: 12 km per uur (…)
De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal.
Overtreden artikel : 62 jo. bord A1 (uitgezonderd [30 km/h] RVV 1990.”
5. Het dossier bevat daarnaast twee foto’s van de gedraging. De gegevens bij de foto’s stemmen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht. Op de foto’s is te zien dat het voertuig van de betrokkene met een snelheid van 85 m/h een kruising met verkeerslichten passeert. Enkele meters verderop is een bord A1 70 geplaatst. Op de foto’s is als locatie vermeld: ‘3910 Weert, Ringbaan-Noord/kruising Laarderweg richting Ring Noord’.
6. Het is vaste rechtspraak van het hof dat een betwisting van de aanwezigheid van (deugdelijke) bebording bij snelheidsovertredingen waarbij de gedraging op geautomatiseerde wijze is vastgesteld door apparatuur die in een vaste flitspaal is gemonteerd slechts kan worden weerlegd aan de hand van stukken, zoals een proces-verbaal of schouwrapporten, die aannemelijk maken dat ten tijde van de constatering wel deugdelijke bebording aanwezig was (vgl. het arrest van het hof van 25 september 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:8537).
7. De advocaat-generaal heeft bij het verweerschrift drie uitdraaien van afbeeldingen afkomstig van Google Maps Streetview overgelegd. Op de afbeeldingen is een kruising op de Ringbaan-Noord te zien, waarbij te zien is dat vlak voor de kruising borden A1 70 zijn geplaats. Direct na de kruising is eveneens een bord A1 70 geplaatst. Het hof heeft zich ook door middel van Google Maps Street View op de situatie georiënteerd. Hieruit blijkt dat de door de advocaat-generaal overgelegde uitdraaien niet overeenkomen met de pleeglocatie. Uit het zaakoverzicht, alsmede de foto’s van de gedraging blijkt dat de pleeglocatie betreft de Ringbaan-Noord ter hoogte van de kruising met de Laarderweg. De kruising die te zien is op de door de advocaat-generaal overgelegde uitdraaien betreft de Ringbaan-Noord ter hoogte van de kruising met de Via Reaka.
8. Het hof is van oordeel dat het dossier niet de voor de vaststelling van de gedraging noodzakelijke informatie bevat over de aanwezigheid van deugdelijke bebording op de pleeglocatie ten tijde van het vaststellen van de gedraging. Bij gebreke van afdoende informatie is naar het oordeel van het hof niet met voldoende zekerheid komen vast te staan dat de maximumsnelheid ten tijde van de gedraging behoorlijk was aangegeven. Dit betekent dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het hof zal als volgt beslissen.
9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting dienen in totaal 3,5 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 534,- en voor het (hoger) beroep € 748,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1335,50 (= 1,5 x € 534,- x 0,5 + 2,5 x € 748,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1335,50
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.