ECLI:NL:GHARL:2021:11948

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 december 2021
Publicatiedatum
30 december 2021
Zaaknummer
Wahv 200.259.814/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van boete voor snelheidsovertreding op autosnelweg ondanks discussie over bebording

De betrokkene werd bij beschikking een boete van €178 opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 21 km/u op de Rijksweg A2. De betrokkene stelde in hoger beroep dat de snelheidsovertreding niet kon worden vastgesteld omdat de relevante bebording ter plaatse niet duidelijk aanwezig zou zijn geweest. De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze beslissing.

Het hof oordeelt dat de ambtenaar die de meting uitvoerde, rijdend in een dienstvoertuig, aannemelijk heeft vastgesteld dat de relevante snelheidsborden aanwezig en zichtbaar waren. De stelling dat een in- en uitvoegstrook de werking van de borden zou opheffen, wordt verworpen. De meting vond plaats tussen hectometerpaal 224 en 222,5, waar een snelheid van 100 km/u geldt, ongeacht de nabijheid van op- en afritten.

Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Het arrest bevestigt daarmee de beslissing van de kantonrechter en benadrukt dat de aanwezigheid van bebording en de geldende maximumsnelheid op de doorgaande rijbaan van een autosnelweg niet wordt beïnvloed door in- en uitvoegstroken.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor snelheidsovertreding en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.259.814/01
CJIB-nummer
: 213635896
Uitspraak d.d.
: 30 december 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 13 december 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 178,- voor: “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 21 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 januari 2018 om 17:47 uur op de Rijksweg A2 rechts in Echt met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter het beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Anders dan de kantonrechter overwoog is geen sprake van een enkele ontkenning van de aanduiding van een maximumsnelheid van 100 km/h. De gemachtigde wijst op hetgeen hij in zijn brieven van 6 maart 2018 en 5 september 2018 heeft aangevoerd en benadrukt dat de ambtenaar in zijn proces-verbaal van 8 juni 2018 vermeldt dat hij zich gelet op het tijdsverloop niet meer kan herinneren of de bebording ter plaatse van de overtreding op maximum 100 km/u stond. De meting heeft plaatsgevonden van hectometerpaal 224 tot 222,5. De door de kantonrechter en advocaat-generaal genoemde matrixborden bij hectometerpaal 224,6 en 229,1 links, zijn niet relevant, vanwege de afrit bij hectometerpaal 224,8. Ook bij hectometerpaal 224,0 bevindt zich een toerit en aansluitend een afrit, die als zijwegen de voorgaande ge-/verboden opheffen. Het door de advocaat-generaal overgelegde proces-verbaal van 13 augustus 2019 van de ambtenaar betreft telefonisch ingewonnen informatie, waarvan onbekend is of die informatie betrouwbaar is. Bovendien ziet dit proces-verbaal op een wegdeel dat hier niet aan de orde is, namelijk tussen hectometerpaal 225 en 225,5. De reeds betwiste borden bij (ongeveer) hectometerpaal 224,0 mochten geen aanvangspunt voor de controle vormen. De meting is vóór de bebording aangevangen.
3. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter de verweren op juiste gronden heeft verworpen en dat de overwegingen diens beslissing kunnen dragen. Daaraan voegt het hof nog het volgende toe.
4. In een geval als dit, waarin de ambtenaar rijdend in een dienstvoertuig een snelheidsmeting uitvoert, kan ervan worden uitgegaan dat de ambtenaar tijdens het rijden heeft vastgesteld dat de relevante bebording aanwezig en duidelijk zichtbaar was. Vergelijk het arrest van het hof van 28 februari 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:1803. Dat de ambtenaar zich op 4 juni 2018 niet meer kon herinneren of op de borden een maximumsnelheid van 100 km/u stond aangegeven, geeft geen aanleiding tot twijfel aan de verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht. Het verweer met betrekking tot de ontbrekende bebording faalt derhalve.
5. De ambtenaar heeft verklaard dat de meting is verricht op de A2 links vanaf hectometerpaal 224,0 tot 222,5 en dat daar een toegestane snelheid van 100 km/u gold. Anders dan de gemachtigde kennelijk veronderstelt, betekent dit niet dat vereist is dat er bij hectometerpaal 224,0 een bord A1 100 stond. Een vóór hectometerpaal 224,0 geplaatst bord kan ook relevant zijn. De stelling van de gemachtigde dat een op- en afrit een zijweg vormen die de werking van borden opheft, is niet juist. Een in- en uitvoegstrook brengen op zichzelf geen verandering in de toegestane maximumsnelheid voor bestuurders op de doorgaande rijbaan van een autosnelweg. De conclusie dat de meting is aangevangen vóór de bebording kan dan ook niet gebaseerd worden op hetgeen de gemachtigde aanvoert.
6. Het voorgaande leidt ertoe dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding zal worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.