Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het huwelijk van partijen werd in 2015 ontbonden. De man was op grond van een beschikking uit 2017 verplicht om partneralimentatie van €473 per maand te betalen aan de vrouw. In juli 2020 verzocht de man de rechtbank om de partneralimentatie per 19 maart 2020 op nihil te stellen, waarop de vrouw geen verweer voerde.
De rechtbank stelde de nihilstelling in, maar bepaalde als ingangsdatum 17 juli 2020. De man ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de ingangsdatum eerder moest zijn, namelijk 19 maart 2020 of een andere datum door het hof te bepalen. De vrouw voerde verweer in hoger beroep en wilde de beschikking bekrachtigd zien.
Het hof oordeelde dat de rechter bij het bepalen van de ingangsdatum een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat het feit dat de vrouw in eerste aanleg geen verweer voerde niet betekent dat de rechter automatisch het verzoek van de man moet volgen. Het hof stelde vast dat de vrouw pas op 12 juni 2020 schriftelijk werd geïnformeerd over de AOW-uitkering van de man en de mogelijke nihilstelling van de alimentatie. De eerdere e-mails uit november 2019 waren onvoldoende om rekening te houden met een wijziging, mede omdat de vrouw toen niet akkoord ging.
Daarom bepaalde het hof de ingangsdatum van de nihilstelling op 12 juni 2020, vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de ingangsdatum betrof, en compenseerde de kosten van het hoger beroep. De vrouw hoeft geen terugbetaling te doen voor de periode vóór 12 juni 2020, en de man betaalde vanaf maart 2020 geen alimentatie meer.
Uitkomst: Het hof stelde de ingangsdatum van de nihilstelling van partneralimentatie vast op 12 juni 2020 en vernietigde het eerdere vonnis voor zover dit de ingangsdatum betrof.