ECLI:NL:GHARL:2021:1206

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 februari 2021
Publicatiedatum
9 februari 2021
Zaaknummer
Wahv 200.266.763/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sancties snelheidsovertredingen vrachtwagens ondanks betwisting meetgegevens flitspaal

Een transportbedrijf werd meerdere keren beboet voor snelheidsovertredingen geconstateerd door dezelfde flitspaal op de N35. De betrokkene voerde aan dat de vrachtwagens begrensd zijn en dat GPS-gegevens lagere snelheden lieten zien, terwijl de flitspaal een onverklaarbaar hoog aantal overtredingen registreerde.

Het hof onderzocht de technische verklaringen van de meetapparatuur, waaronder typegoedkeuringen en kalibraties, en concludeerde dat de meetapparatuur betrouwbaar is. De fluctuaties in overtredingsratio’s over de jaren 2016 tot 2018 en de verschillen tussen oude en nieuwe meeteenheden konden de overtredingen verklaren.

De GPS-gegevens werden beoordeeld als gemiddelde snelheden over trajecten en boden geen reden tot twijfel aan de flitspaalmetingen. Ook de stelling dat reflectie van tegemoetkomend verkeer de metingen zou beïnvloeden werd verworpen, mede op basis van foto’s en deskundigenverklaringen.

Het hof stelde vast dat de maximumsnelheid van 80 km/h met 9 km/h was overschreden en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd.

Uitkomst: Het hof bevestigt de sancties voor snelheidsovertredingen en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.266.763/01
CJIB-nummer
: 219494289
Uitspraak d.d.
: 9 februari 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 1 augustus 2019, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .
Gemachtigde van de betrokkene is T. Verduin, kantoorhoudende te Oldenzaal.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

Namens de betrokkene is hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Gevraagd is om een proceskostenvergoeding, alsmede om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De behandeling van de zaak is op de zitting van 30 juli 2020 aangehouden.
Op 12 januari 2021 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen.
De zaak is vervolgens behandeld op de zitting van 26 januari 2021, waar de gemachtigde van de betrokkene is verschenen. Ook zijn van de zijde van de betrokkene verschenen [B] , [C] en [D] . De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [E] .

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 78,- voor: “overschrijding maximumsnelheid op (auto) wegen buiten bebouwde kom, met 9 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 augustus 2018 om 4:10 uur op de N35, Nijverdalsestraat in Wierden met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. Namens de betrokkene is aangevoerd dat een aantal vrachtwagenchauffeurs van [de betrokkene] elke dag dezelfde route rijdt, dat in de periode van 12 juni 2018 tot 10 september 2018 in totaal negen sancties zijn opgelegd wegens overschrijding van de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom, terwijl voorheen zelden sancties werden opgelegd aan [de betrokkene] en dat het opmerkelijk is dat deze gedragingen zijn geconstateerd door middel van dezelfde flitspaal. Volgens de gemachtigde geven de volgende omstandigheden aanleiding voor twijfel omtrent de door de flitspaal gemeten snelheden:
  • In het jaar 2018 is de procentuele toename van de overtredingsratio in de zomermaanden significant groter in vergelijking met de jaren daarvoor. De kantonrechter heeft de overgelegde statistieken onjuist geïnterpreteerd.
  • De GPS-gegevens die de vrachtauto en de server van Scania registreren laten een andere snelheid zien dan de door de flitspaal gemeten snelheid. De kantonrechter heeft ontoereikend gemotiveerd waarom deze gegevens niet meegenomen dienen te worden in de beoordeling.
  • De snelheid van de vrachtauto’s is begrensd op 89 km/u.
  • Er is hoogstwaarschijnlijk sprake van reflectie. Er wordt een klein gedeelte van de snelheid van de personenauto bij de snelheid van de vrachtauto opgeteld, zodat de vrachtauto sneller lijkt te rijden dan de werkelijke snelheid. De radarapparatuur komt met een krachtige bundel tegen de achterzijde van de vrachtauto. Die kaatst onder de hoek van inval naar de hoek van uitval en komt tegen de achterzijde van een tegenkomend voertuig. Via zijn achterzijde kaatst deze terug tegen de achterzijde van de vrachtauto en gaat vervolgens naar de radarapparatuur. De digitale foto’s zijn verkeerd uitgelezen. Er is een te groot zoekgebied ingesteld. Voertuigen dienen vanuit het midden van de foto aan de rechterzijde te staan. Dit is niet het geval bij de foto’s van de aan de betrokkene opgelegde sancties.
  • Er zijn geen beschikkingen ontvangen van de flitspaal aan de overzijde van de weg, terwijl de chauffeurs ook daar dagelijks langsrijden.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting geteste, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 92 km/h.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 89 km/h.
Toegestane snelheid: 80 km/h.
Overschrijding met: 9 km/h.”
5. Het dossier bevat twee foto’s van de gedraging. Hierop is het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] te zien. De gegevens in de databalk stemmen overeen met de in het zaakoverzicht vermelde gegevens. Uit de gegevens in de databalk onder de foto blijkt verder dat sprake is van een afgaande meting van het voertuig op rijstrook 1 voor rechtdoor, de rijstrook waarop het voertuig van de betrokkene zich bevindt. Op de eerste foto bevindt het voertuig van de betrokkene zich in het midden van de foto. Op de tweede foto, die is gemaakt na een intervaltijd van 0,931 seconden, bevindt het voertuig zich verder naar rechts op de foto. Er zijn geen andere voertuigen te zien op de foto.
6. Het dossier bevat ook twee verklaringen van het NMi betreffende de flitspaal HHM 3552, de flitspaal waarmee de gedraging is geconstateerd. Uit de verklaring van 6 juli 2017 blijkt dat de radarsnelheidsmeter met typegoedkeuringsnummer TP8290, serienummer 201306000384, digitale camera type GTIB4, nummer 1627066488 op 6 juli 2017 is goedgekeurd voor een periode van 12 maanden. Uit de verklaring van 6 juni 2018 blijkt dat de radarsnelheidsmeter met typegoedkeuringsnummer TP 8290, serienummer 201306000319, digitale camera type GTIB4, nummer 1342040294 op 6 juni 2018 is goedgekeurd voor een periode van 12 maanden.
7. Verder bevat het dossier overzichten van het aantal passages en snelheidsovertredingen dat is geconstateerd door middel van de betreffende flitspaal, uitgesplitst per maand over de jaren 2016, 2017 en 2018. Hierbij is aangegeven wat de gemiddelde snelheid in de betreffende maand was en de overtredingsratio. De heer [F] , verkeersdeskundige van de sectie verkeershandhaving bij Dienstverleningsorganisatie Openbaar Ministerie (DVOM) heeft hierbij de volgende uitleg gegeven, zoals opgenomen in de reactie van de officier van justitie op de tussenuitspraak van de kantonrechter: ‘Bij de herkeuring op 6 juni 2018 is een andere meeteenheid (box met camera en radar) in deze mast geïnstalleerd. Dit kunt u terugzien in de verklaring van het NMi betreffende het handhavingsmiddel voor de herkeuring en de verklaring na de herkeuring. Het gewenste overzicht met passages, overtredingen per tijdseenheid ziet u terug in bijlage III. Dit laat geen onregelmatigheden zien. De ratio loopt in de zomermaanden iets op, grotendeels veroorzaakt door recreatieverkeer. Er is elk jaar een piek in deze maanden. Daarnaast kunnen er na de jaarlijkse verificatie, wanneer een andere meeteenheid (box met camera en radar) in de box geïnstalleerd wordt, kleine afwijkingen ontstaan. Dit wordt veroorzaakt doordat het meetmiddel plus of min 1% onder laboratoriumomstandigheden mag afwijken van de werkelijke snelheid. Het kan dus zo zijn dat het eerste meetmiddel bijvoorbeeld -1% afwijking had, en de nieuwe paal +1%. Daardoor wordt er dan net iets eerder geflitst (bijvoorbeeld bij een snelheid van 87 in plaats van 89 km/h. Dit kan verklaren waarom de chauffeurs eerst bij 89 km/h pas geflitst werden, en later bij 87 km/h. Feit blijft dat er dan te hard is gereden. Juist om deze verschillen op de vangen is er een meetcorrectie van 3 km/h op een 80 km weg, en daarbovenop is er ook nog een ondergrens van 4 km/h te hard rijden voordat er een boete wordt gegeven. De marge van 1% is een marge onder laboratoriumomstandigheden, in de praktijk mag dit zelfs 3% zijn.’
8. Uit deze stukken kan naar het oordeel van het hof niet de conclusie worden getrokken dat moet worden getwijfeld aan de juistheid van de meting. De overtredingsratio varieert in de jaren 2016 tot en met 2018 tussen 0,096% en 0,294% per maand. Uit de verstrekte gegevens over deze jaren blijkt dat de overtredingsratio's in de maanden voor en na de vervanging van de meeteenheid in juni 2018 binnen de hiervoor genoemde bandbreedte vallen en dat in de betreffende jaren ook in andere maanden, waarin geen sprake was van de vervanging van de meeteenheid, voortdurend sprake was van fluctuaties in de overtredingsratio's. Voor zover meerdere chauffeurs van het bedrijf van de betrokkene in de periode na de vervanging van de meeteenheid zijn beboet wegens snelheidsovertredingen, terwijl dat eerder niet het geval was, zou dit evengoed verklaard kunnen worden door de hiervoor beschreven uitleg van [F] omtrent verschillen tussen de afwijkingen van de meetapparatuur en vormt dit geen bewijs voor de onjuistheid van de gebruikte meetapparatuur. Om dezelfde reden geeft de omstandigheid dat de betrokkene geen sancties zou hebben ontvangen die zijn geconstateerd door de flitspaal aan andere zijde van de weg evenmin aanleiding voor twijfel aan de betrouwbaarheid van de meetapparatuur.
9. De GPS-gegevens die de vrachtauto en de server van Scania registeren vormen naar het oordeel van het hof ook geen reden te twijfelen aan juistheid van de meting. De gemachtigde heeft de GPS-gegevens die de vrachtauto en de server van Scania registreert overgelegd met de snelheid op het tijdstip wat het dichtst in de buurt komt van de overtreding. Op 21 augustus 2018, om 4:10 uur, is op de locatie met coördinaten 52.359772, 6547725, een snelheid van 81 km/h geregistreerd. Deze locatie komt niet exact overeen met de locatie van de flitspaal. Bovendien is gemeten snelheid van een GPS-systeem een gemiddelde snelheid, die berekend is over een bepaald traject. De GPS-gegevens geven het hof daarom geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de meting.
10. De gemachtigde stelt verder dat de snelheid van de vrachtauto’s is begrensd op 89 km/h. De gemachtigde heeft ter onderbouwing van dit standpunt twee testcertificaten overgelegd. Hieruit blijkt dat het betreffende voertuig op 6 december 2017 en op 13 september 2018 is geijkt en dat de maximale snelheid van het voertuig 89 km/h is. Deze snelheid is evenwel gelijk aan de werkelijke (gecorrigeerde) snelheid zoals die is gemeten met behulp van de apparatuur in de flitspaal en geeft derhalve geen aanleiding voor twijfel omtrent de betrouwbaarheid van de meting.
11. Dat sprake is van reflectie van een tegemoetkomend voertuig acht het hof niet aannemelijk. Op de foto is geen tegemoetkomend voertuig zichtbaar, terwijl het gelet op het tijdstip van de gedraging niet aannemelijk is dat veel verkeer op de weg aanwezig zal zijn geweest. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal aangegeven de foto’s te hebben voorgelegd aan [G] , verkeersspecialist bij de politie, en dat hij heeft verklaard geen onregelmatigheden te zien op de foto’s. Hij heeft verklaard dat als sprake zou zijn van (meervoudige) reflectie, het voertuig op een andere rijstrook zou rijden dan in de zwarte balk onder de foto aangegeven en bovendien sprake zou moeten zijn van een absurde snelheid. Daarvan is geen sprake. Het hof volgt de gemachtigde ook niet in zijn redenering dat het voertuig op een onjuiste plaats op de foto staat. Het voertuig van de betrokkene bevindt zich op een logische plaats op de foto. Ook hierin ziet het hof geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de meting.
12. Gelet op het voorgaande ziet het hof geen reden te twijfelen aan de juistheid van de meting. Vastgesteld kan worden dat de maximumsnelheid van 80 km/h met 9 km/h is overschreden en dus dat de gedraging is verricht. De kantonrechter heeft het beroep dan ook terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
13. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.