ECLI:NL:GHARL:2021:1248
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van belediging hoofdagent wegens onvoldoende bewijs
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor belediging van een hoofdagent van politie, waarbij hem werd ten laste gelegd dat hij op 31 maart 2020 in een plaatselijke situatie het woord 'mongool' of woorden van gelijke beledigende aard zou hebben gebruikt. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een leerstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld en het vonnis van de kinderrechter vernietigd. Tijdens de terechtzitting is vastgesteld dat verdachte erg onduidelijk en binnensmonds sprak, hetgeen de waarneming van de verbalisant kan hebben beïnvloed. Daarnaast zijn er ontlastende getuigenverklaringen die de verklaring van verdachte ondersteunen dat hij niet de beledigende woorden heeft uitgesproken maar iets anders, namelijk 'man, man, man'.
Gezien het ontbreken van voldoende overtuigend bewijs en de twijfel over de juiste verstaanbaarheid van de woorden, heeft het hof geconcludeerd dat het tenlastegelegde niet bewezen kan worden. Daarom is verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging van belediging van een ambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van belediging wegens onvoldoende bewijs.