ECLI:NL:GHARL:2021:1458

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 februari 2021
Publicatiedatum
16 februari 2021
Zaaknummer
Wahv 200.256.949
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs aanwezigheid verkeersbord bij digitale handhaving

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het overtreden van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op het Ruiterskwartier te Leeuwarden op 12 juli 2018. De overtreding werd vastgesteld aan de hand van een foto gemaakt door een flitspaal, waarop het voertuig zichtbaar was maar het verkeersbord niet.

De betrokkene betwistte de aanwezigheid van het bord op het moment van de overtreding. In hoger beroep werden schouwrapporten overgelegd die aantoonden dat het bord op latere data aanwezig en zichtbaar was, maar er was geen bewijs dat het bord vóór of op de datum van de overtreding aanwezig was.

Het hof oordeelde dat zonder zichtbare bebording op de foto en zonder bewijs van aanwezigheid van het bord op het moment van de overtreding de sanctiebeschikking niet gehandhaafd kon worden. De beslissing van de officier van justitie en de beschikking werden vernietigd. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de aanwezigheid van het verkeersbord op het moment van de overtreding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.256.949/01
CJIB-nummer
: 218673731
Uitspraak d.d.
: 16 februari 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 11 februari 2019, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.P.B. Waals, kantoorhoudende te Enschede.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De advocaat-generaal heeft wel aanvullende stukken overgelegd. Deze zijn (in kopie) gestuurd naar de gemachtigde van de betrokkene, waarbij de gemachtigde de gelegenheid heeft gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde voert aan dat de beslissing van de officier van justitie niet in stand kon blijven omdat de officier van justitie een foto heeft opgevraagd nadat de beslissing op beroep was genomen, maar voordat gronden van het beroep bij de kantonrechter waren ingediend. Onder verwijzing naar een uitspraak van het hof van 4 november 2014, Wahv 200.140.292, is de gemachtigde van mening daarmee het besluit van de officier van justitie onzorgvuldig is voorbereid.
2. De verwijzing van de gemachtigde naar het genoemde arrest gaat niet op, nu het hof in die zaak van oordeel was dat de officier van justitie het beroep niet kennelijk ongegrond kon verklaren omdat er aanvullende informatie is opgevraagd, terwijl de officier van justitie in de onderhavige zaak het beroep niet
kennelijkongegrond heeft verklaard. Het verweer faalt reeds hierom.
3. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12/20”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 juli 2018 om 07.57 uur op het Ruiterskwartier in Leeuwarden met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
4. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene betwist dat de bebording juist was. Uit het dossier blijkt niet dat de bebording gecontroleerd zou zijn. Op de gemaakte foto’s is ook geen verkeersbord weergegeven, zodat de BOA niet bevoegd was te bekeuren middels camera’s.
5. In bijlage L van de Beleidsregels, zoals die ten tijde van de oplegging van de sanctie luidde, is het toepasselijk kader opgenomen voor, zoals hier, digitale handhaving door buitengewoon opsporingsambtenaren op categorie C borden. Als voorwaarde waaraan bij de uitoefening van de bevoegdheid voldaan moet worden, staat daarin onder meer vermeld dat het C-bord zichtbaar op de foto moet staan.
6. Het hof heeft in het arrest van 14 juni 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:5537, geoordeeld dat het niet zichtbaar zijn van het C-bord op de foto op een andere wijze kan worden ondervangen. Wanneer anders dan op grond van de foto toch blijkt dat het C-bord aanwezig was, kan de gedraging worden vastgesteld.
7. Op de foto’s van gedraging is het voertuig van de betrokkene zichtbaar. Op de foto is geen bord C12 zichtbaar. In het fotobijschrift staan de volgende gegevens: ‘Locatie: Ruiterskwartier thv pand nr. 47. Datum, tijd: 12-07-2018, 07.57.01.’
8. Het hof overweegt dat bijlage L van de Beleidsregels boa onder meer als voorwaarde voor digitale handhaving stelt dat het C-bord zichtbaar moet zijn op de foto en dat hieraan niet is voldaan. In de onderhavige zaak is de gedraging vastgesteld aan de hand van een foto die met een flitspaal is gemaakt. Op de foto van de gedraging is het voertuig van de betrokkene zichtbaar, maar niet het verkeersbord.
9. In hoger beroep zijn schouwrapporten overgelegd van 7 augustus 2018 en 13 september 2018. Hieruit volgt dat op die data de borden C12 op het Ruiterskwartier in Leeuwarden aanwezig waren én duidelijk zichtbaar waren voor verkeersdeelnemers.
10. Uit de door de advocaat-generaal overgelegde schouwrapporten blijkt echter niet dat vóór de datum van de gedraging - 12 juli 2018 - een schouw heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat op basis van het dossier niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat ten tijde van de gedraging het voor de betrokkene geldende bord C12 aanwezig was.
11. Dit brengt mee dat als volgt moet worden beslist.
12. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 2 procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 534,-.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond en vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 534,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.