Uitspraak
DPP,
DWC,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze civiele zaak betreft de vraag of tussen DPP B.V. en DWCPRINT B.V. (DWC) een exclusiviteitsafspraak voor het drukken van SRA3-drukwerk is gemaakt. DPP stelde dat DWC al haar SRA3-drukwerk gedurende een bepaalde periode exclusief bij DPP zou laten drukken, terwijl DWC dit betwistte. De rechtbank had reeds geoordeeld dat DPP niet in haar bewijsopdracht was geslaagd en wees de vorderingen af.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Uit getuigenverklaringen bleek dat tijdens de onderhandelingen geen expliciete exclusiviteitsverplichting voor DWC werd overeengekomen. De contractuele documenten bevatten bovendien inconsistenties, waarbij in de overeenkomst met DWC abusievelijk PeterPrint als klant werd genoemd. DWC had bovendien expliciet verklaard geen exclusiviteit te willen aangaan.
Het hof verwierp de grieven van DPP en bevestigde het tussenvonnis en eindvonnis van de rechtbank. Wel oordeelde het hof dat DWC recht had op een afgesproken korting (kickbackfee) over de opdrachten die zij in 2017 bij DPP plaatste, en veroordeelde DPP tot betaling van dit bedrag met rente. De kosten van het hoger beroep en incidenteel appel werden DPP opgelegd.
Uitkomst: DPP is niet geslaagd in bewijs exclusiviteit, vorderingen afgewezen, maar moet korting van €1.349,78 met rente aan DWC betalen.