Uitspraak
[appellante],
Zorggroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de kantonrechter in een WWZ-procedure door middel van een dagvaarding, terwijl volgens de wettelijke regels hoger beroep in dergelijke zaken bij verzoekschrift moet worden ingesteld. De rolraadsheer heeft appellante verzocht om de gronden van het hoger beroep in te dienen en te verklaren waarom de dagvaardingsroute is gekozen.
Appellante's advocaat baseerde zich op een onjuiste interpretatie van informatie van rechtspraak.nl, waarbij zij dacht dat in arbeidszaken hoger beroep bij dagvaarding moest worden ingesteld. Geïntimeerde, Zorggroep Almere, betoogde dat dit een gebrek aan procesrechtelijke kennis weerspiegelt en dat appellante daarom niet-ontvankelijk verklaard zou moeten worden.
Het hof oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat de dagvaardingsroute is gekozen om uitstel te verkrijgen. Wel is vastgesteld dat de advocaat onvoldoende procesrechtelijke kennis had. Desondanks weegt het hof mee dat dit gebrek niet ten nadele van appellante mag werken. Daarom past het hof de wisselbepaling van artikel 69 Rv Pro toe, waardoor de procedure wordt voortgezet als verzoekschriftprocedure en de ingediende beroepsgronden als tijdig worden aangemerkt.
Het dossier wordt doorgeleid naar de griffie die verzoekschriftprocedures administreert en Zorggroep krijgt gelegenheid om een verweerschrift in te dienen. Hiermee wordt de procedure in hoger beroep correct voortgezet conform de wettelijke voorschriften.
Uitkomst: Het hof past de wisselbepaling toe en zet de procedure voort als verzoekschriftprocedure waarbij de beroepsgronden als tijdig worden aangemerkt.