Het huwelijk van partijen werd in 2016 ontbonden waarbij de man werd verplicht kinderalimentatie te betalen aan de vrouw. De man verzocht om verlaging of nihilstelling van deze alimentatie wegens inkomensverlies en schuldenlast.
De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de man in hoger beroep ging. Het hof overwoog dat het inkomen van de man daadwerkelijk was gedaald en dat dit een relevante wijziging van omstandigheden vormde. De man had ernstige psychische problemen en verrichtte 30 uur betaald werk plus 20 uur onbetaald beheer, waardoor zijn draagkracht werd vastgesteld op zijn feitelijke inkomen.
De schuldenlast van de man was aanzienlijk, met een restschuld en een schuld voor kunststof kozijnen, en hij bevond zich in een vergevorderd stadium van het schuldhulpverleningstraject. Het hof stelde dat tijdens dit traject geen draagkracht voor alimentatie bestond en verlaagde de alimentatie tot €25 per kind per maand, met nihilstelling vanaf toelating tot schuldhulpverlening.
De ingangsdatum van de wijziging werd vastgesteld op 1 maart 2020. Het hof compenseerde de proceskosten en bepaalde dat de vrouw geen terugbetaling hoeft te doen van teveel ontvangen alimentatie vanaf die datum.