ECLI:NL:GHARL:2021:1669

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 februari 2021
Publicatiedatum
22 februari 2021
Zaaknummer
Wahv 200.272.688/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie wegens parkeren met twee wielen op trottoir in Utrecht

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het parkeren met twee wielen op het trottoir op 24 december 2018. Hij erkende de gedraging maar betwistte de locatie, stellende dat het voertuig mogelijk op het terrein van het ziekenhuis stond waar politie niet mag bekeuren. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond.

In hoger beroep stelde de betrokkene dat hij door gezondheidszorgen afgeleid was en dat het parkeerterrein van het ziekenhuis gesloten was. Het hof stelde vast dat de gedraging plaatsvond op de Ferdinand Bolstraat en wijzigde de pleeglocatie dienovereenkomstig. De betrokkene werd niet in zijn verdedigingsbelangen geschaad door deze wijziging.

Het hof oordeelde dat de gedraging niet doelbewust was, maar dat dit geen reden is om de sanctie te matigen of achterwege te laten. Parkeren op het trottoir is een absoluut verbod. Ook het feit dat de sanctie zwaarder kan wegen bij een lager inkomen is geen reden tot matiging. De sanctie van €95 blijft gehandhaafd, maar de pleeglocatie wordt aangepast.

Uitkomst: De sanctie van €95 blijft gehandhaafd, maar de pleeglocatie wordt gewijzigd naar Ferdinand Bolstraat te Utrecht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.272.688/01
CJIB-nummer
: 222725362
Uitspraak d.d.
: 22 februari 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 18 november 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “niet de rijbaan gebruiken door stil te staan op het trottoir, voetpad (…)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 december 2018 om 16:05 uur op de Bosboomstraat in Utrecht met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. De betrokkene erkent dat zijn voertuig met twee wielen op het trottoir stond geparkeerd, maar hij bestrijdt dat zijn voertuig in de Bosboomstraat stond geparkeerd. Als dat wel het geval was dan stond zijn voertuig op terrein van het ziekenhuis. Uit navraag is de betrokkene gebleken dat de politie daar niet mag bekeuren. Mogelijk heeft zijn voertuig in de Ferdinand Bolstraat gestaan. Dit heeft hij met behulp van een plattegrond geprobeerd aan de kantonrechter uit te leggen. Echter, de betrokkene kreeg de indruk dat de kantonrechter - doordat de zitting al 50 minuten was uitgelopen - geen tijd en zin had om op zijn verweer te reageren. Ook de officier van justitie kon niet aangeven waar de ambtenaar zijn voertuig precies heeft waargenomen. Verder merkt de betrokkene op dat parkeren bij het ziekenhuis een drama is. Dit omdat het bij het ziekenhuis horende parkeerterrein is gesloten. Op 24 december 2018 omstreeks 12:00 uur ging de betrokkene met zijn vrouw naar het ziekenhuis om een CT-scan te laten maken. De uitslag bleek niet goed en door de grote zorgen die de betrokkene daarover had, heeft hij totaal niet meer aan zijn voertuig gedacht. Toen zij uiteindelijk aan het eind van de middag het ziekenhuis mochten verlaten, waren zij zo van slag dat zij de auto in eerste instantie niet eens konden vinden. De betrokkene merkt op dat hij geen robot is maar een mens. Hij heeft de gedraging niet expres verricht. Verder voert de betrokkene aan dat € 104,- een hoop geld is voor twee oude mensen met AOW.
3. De advocaat-generaal voert aan dat de stukken in het dossier erop wijzen dat de gedraging is verricht op de Ferdinand Bolstraat te Utrecht. De advocaat-generaal stelt voor dat het hof de inleidende beschikking op dit punt wijzigt. Bij het verweerschrift zijn (kleuren)foto’s van de gedraging en een schermafdruk van de situatie ter plaatse uit Google Maps (Street view) gevoegd.
4. In de fase bij de kantonrechter heeft de betrokkene een plattegrond overgelegd met daarop aangegeven de locatie waar hij het voertuig op 24 december 2018 omstreeks 12:00 uur heeft geparkeerd. Gelet hierop, de foto’s van de gedraging en de schermafdruk van Google Maps stelt het hof vast dat de pleeglocatie de Ferdinand Bolstraat in Utrecht is. Dit betekent dat de inleidende beschikking een onjuiste pleeglocatie vermeldt. Het hof zal de pleeglocatie daarom wijzigen. Nu de betrokkene wist, gelet op dat wat hij in de procedure heeft aangevoerd, waar de gedraging heeft plaatsgevonden en tegen welk verwijt hij zich diende te verdedigen, wordt hij door die wijziging niet in zijn verdedigingsbelangen geschaad. Het hof zal met vernietiging van de beslissing van de kantonrechter doen dat wat de kantonrechter had behoren te doen en de pleeglocatie wijzigen in Ferdinand Bolstraat te Utrecht. De overige bezwaren tegen de beslissing van de kantonrechter behoeven daarom geen bespreking meer.
5. Ter beoordeling van het hof staat nu het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. Tegen die beslissing zijn nagenoeg dezelfde bezwaren gevoerd als uiteengezet onder 2.
6. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging niet ontkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
7. De omstandigheid dat de betrokkene niet doelbewust de gedraging heeft begaan, is geen omstandigheid die aanleiding geeft tot het achterwege laten van de sanctie of tot matiging van het bedrag van de sanctie. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de regelgever namelijk niet afhankelijk gesteld van de intentie van de betrokkene.
8. Hoewel het hof begrijpt dat de gezondheidszorgen om zijn vrouw grote impact op de betrokkene hebben gehad en dat hij daardoor niet zijn gedachten bij het voertuig heeft gehad, maakt dat nog niet dat de gedraging verontschuldigbaar is. Uit de stukken volgt namelijk dat de betrokkene met zijn echtgenoot naar het ziekenhuis is gegaan voor een reguliere afspraak. Niet gebleken is dat op het moment van parkeren sprake was van een zorgwekkende gezondheidssituatie. Die omstandigheid deed zich voor nadat de betrokkene al de keuze had gemaakt om zijn voertuig (gedeeltelijk) op het trottoir te parkeren. Daarbij overweegt het hof dat parkeren op het trottoir een absoluut verbod betreft, waarbij de duur van parkeren niet van belang is.
9. De omstandigheid dat het bij het ziekenhuis horende parkeerterrein was gesloten, kan de betrokkene evenmin baten. Ook indien, anders dan de ambtenaar stelt, geen andere parkeerruimte voorhanden was, had van hem verwacht kunnen worden dat hij elders parkeerruimte zocht of wachtte tot een plekje vrij kwam in een van de bezette parkeerplaatsen. Dat dit van hem in redelijkheid niet verwacht kon worden is niet aannemelijk geworden.
10. Tot slot wordt overwogen dat de omstandigheid dat de sanctie door iemand met een lager inkomen wellicht zwaarder wordt gevoeld dan door iemand met een hoger inkomen, niet kan gelden als een bijzondere omstandigheid die aanleiding geeft het bedrag van de opgelegde sanctie te matigen. Het hof wijst de betrokkene erop dat hij voor het eventueel treffen van een betalingsregeling zich met een gemotiveerd verzoek kan wenden tot het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), dat belast is met de inning van de sanctie.
11. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking in zoverre, dat de pleeglocatie komt te luiden: “Ferdinand Bolstraat te Utrecht”.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.