In deze civiele procedure staat centraal of de paardenkliniek de koper van een springpaard moet vrijwaren voor de betaling van de resterende koopsom aan de verkoper, omdat de koper stelt dat het paard gebreken vertoonde die niet waren vastgesteld door de dierenarts van de kliniek. De koper kocht het paard in juli 2015, na een onderzoek door een dierenarts die röntgenfoto’s en scans maakte en een positief aankoopadvies zou hebben gegeven.
De rechtbank oordeelde dat het paard ten tijde van de levering geen relevante mankementen had en dat de koper de resterende koopsom moest betalen. De vrijwaringsvordering tegen de paardenkliniek werd afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat de kliniek tekort was geschoten. In hoger beroep staat de vraag centraal wat precies is afgesproken tussen de koper en de dierenarts over het onderzoek, of de dierenarts een positief aankoopadvies heeft gegeven en of de kliniek tekort is geschoten.
Het hof constateert dat de koper voldoende heeft gesteld dat een ruime opdracht aan de dierenarts is gegeven en dat er aanwijzingen zijn voor een positief aankoopadvies. Het hof bepaalt een comparitie om de bewijspositie van partijen te bespreken en te onderzoeken of een aanvullende deskundigenrapportage nodig is. Het hof geeft partijen tevens in overweging om te proberen een regeling te treffen. De beslissing in hoger beroep wordt aangehouden.