Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verweerster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
De moeder is alleen belast met het gezag over de kinderen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld van de Raad voor de Kinderbescherming tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland. De zaak betreft de uithuisplaatsing van drie minderjarigen die onder toezicht zijn gesteld. De raad verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar, welke door de rechtbank was afgewezen. De moeder van de minderjarigen voerde verweer tegen dit verzoek.
Het hof stelde vast dat de moeder, de gecertificeerde instelling en de raad het eens zijn over de noodzaak van de uithuisplaatsing. Volgens artikel 1:265a BW kan een onder toezicht gestelde minderjarige slechts met een machtiging tot uithuisplaatsing uit huis worden geplaatst. De wet en wetsgeschiedenis laten geen ruimte voor een vrijwillige uithuisplaatsing in deze situatie. Het hof vernietigde daarom het deel van de beschikking waarin het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing was afgewezen.
Omdat de termijn van de ondertoezichtstelling inmiddels was verstreken, volstond het hof met een vaststelling in rechte dat de machtiging tot uithuisplaatsing had moeten worden verleend. De beschikking is op 23 februari 2021 in het openbaar uitgesproken door het hof.
Uitkomst: Het hof vernietigt de afwijzing van het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing en stelt vast dat deze had moeten worden verleend.